Oostende profileert zich immers sterk als servicehaven voor offshore windparken. Maar het is niet mogelijk een grote windturbine te plaatsen, vooral door de nabijheid van de luchthaven. Daarom koos de haven als alternatief een middelgrote windturbine. Die biedt als bijkomend voordeel een relatief lage onderhoudskost.

De opgestelde turbine heeft een vermogen van 100 kW en een masthoogte van 38 m. Hij staat op de Rebo-terminal, waar de offshore servicebedrijven zich hebben geconcentreerd. Zijn wieken kunnen tot 50 m hoog reiken. De elektriciteit die hij opwekt wordt geïnjecteerd op het interne havennet, dat de haveninstallaties en de bedrijven in de haven van stroom voorziet. Maar ook nu zullen ze nog elektriciteit van het net nodig hebben. De decentrale elektriciteitsproductie verkleint wel hun ecologische voetafdruk.