In het hoofdstedelijk gewest is een intensieve handelsactiviteit in tweedehandswagens ontstaan in de zogenaamde Heyvaertwijk. Dat is een zone langs het zuidelijke deel van de haven, maar zonder directe logistieke aansluiting met het water. In deze wijk, die deel uitmaakt van de sociale probleemzones van de gemeenten Anderlecht en Sint-Jans-Molenbeek, wil de Brusselse regering aan stadsherwaardering doen via sociale woonbouwprojecten. Maar dat kan pas na de verhuis van de autohandelaars.

Daarom heeft de haven een terrein van 2,5 hectare aangekocht in het uiterste noorden van het havengebied, nabij de grens met Vlaanderen. Op de eerste aanbesteding om dit terrein in concessie te nemen, in 2015, reageerden twee gegadigden, op een tweede aanbesteding in 2017, met nochtans mildere voorwaarden, slechts een. Hun offertes beantwoordden echter niet aan de voorschriften van het bestek, zodat de terreinconcessie hen niet kon worden toegewezen.

Het Brusselse gewest vindt de verhuis van deze activiteit naar de voorhaven erg belangrijk. Daarom schrijft de haven niet alleen een nieuwe concessieprocedure uit, maar zal ze, met een extra dotatie vanwege het gewest, zelf de nodige werken laten uitvoeren om het terrein bouwrijp te maken. Met die ingreep hoopt het de aantrekkelijkheid van het gebied te vergroten.

Nieuwe offertes worden verwacht tegen eind augustus, zodat de haven in september een beslissing kan nemen. De belangrijkste afzetmarkt voor de Brusselse tweedehandswagens is Afrika, via Antwerpen. Maar er zijn signalen dat deze markt evolueert naar nieuwe wagens. Daarom houdt het havenbestuur er rekening mee dat de sector toch niet zal toehappen en houdt er rekening mee dat het noordelijke terrein toch een andere invulling kan krijgen dan ro/ro.