Aannemers krijgen tot 17 mei de tijd om offertes in te dienen voor het project RWG fase 2. Dat omvat de bouw van 650 meter diepzeekade, 450 meter binnenvaartkade en een kraanbaan voor de kadekranen, die op de bestaande kraanbaan moet worden aangesloten. Het project moet in het tweede kwartaal van 2020 worden opgeleverd.

In het tenderdocument zegt het Havenbedrijf dat ‘de doorgang van het project onderhevig is aan het verkrijgen van een finale investeringsbeslissing’. Ook kan de havenbeheerder tijdens de aanbesteding nog besluiten om de bouw te ‘temporiseren’ als de omstandigheden daar aanleiding toe geven. Het Havenbedrijf wil in dit stadium geen toelichting geven.

Ook RWG houdt de kaarten tegen de borst. Het bedrijf zegt nog geen besluit te hebben genomen over de uitbreiding van zijn bijna drie jaar geleden officieel geopende terminal. Volgens het bedrijf gaat het om ‘voorbereidingen’, zodat de havenbeheerder snel kan acteren als RWG de knoop doorhakt. Verschillende bronnen in de haven gaan ervan uit dat dat gebeurt, zodra de aandeelhouders, CMA-CGM (inclusief APL), Mitsui, Hyundai en DP World, het groene licht geven.

Opmerkelijk is het krappe tijdschema dat de havenbeheerder hanteert. Eind mei, slechts twee weken na de uiterste aanmeldingsdatum, krijgen gegadigden al te horen wie wordt geselecteerd voor de aanbestedingsfase. De zogenoemde standstill periode, waarbinnen afgewezen kandidaten naar de rechter kunnen, loopt slechts tien dagen later af. Gewoonlijk is die termijn minstens twintig dagen. Het Havenbedrijf wil de vervolgfase in met vier of vijf kandidaten. De fasering van de vervolgfase is nog niet duidelijk, maar wel de definitieve opdrachtverlening: december dit jaar.

Dat betekent dat de bouwer maximaal anderhalf jaar de tijd krijgt om het project op te leveren. Gezien de omvang van het werk lijkt dat aan de krappe kant. De aannemer moet onder meer 1,2 miljoen kubieke meter grond verzetten en in zware bodemcondities een kademuur met een kerende hoogte van 28 meter en 20 meter waterdiepte aanleggen.

Daarmee is duidelijk dat het project hoe dan ook een investering van honderden miljoenen vergt. De aanleg van de infrastructuur van de eerste fase van RWG maakte deel uit van het zogenoemde Puma-contract van de aannemerscombinatie Van Oord en Boskalis ter waarde van 1,9 miljard euro. Dat omvatte verder de eerste fase van Maasvlakte 2 en de infrastructuur van RWG’s overbuurman APMT2.

De huidige RWG-terminal heeft 1.150 meter diepzeekade, 550 meter binnenvaartkade en beslaat ruim honderd hectare. Met elf diepzeekranen en drie barge/feeder-kranen is die volgens het bedrijf goed voor een capaciteit van bijna 2,5 miljoen teu per jaar.