Dat zijn de hoofdlijnen van het compromis, waarmee de Transportcommissie van het Europees Parlement gisteren akkoord ging. Daaraan is meer dan twee jaar van onderhandelen tussen de verschillende fracties vooraf gegaan, sinds rapporteur Knut Fleckenstein (socialistische fractie) met een nieuw voorstel voor het reguleren van havendiensten kwam.

De meeste reacties zijn instemmend. De Europese havenclub ESPO spreekt van een ‘aanvaardbaar raamwerk’ en expediteursclub Clecat is blij dat havens meer mogelijkheden krijgen om diensten te liberaliseren. De laatste betreurt het dat goederenbehandeling daarvan is uitgezonderd. Eerdere voorstellen in die richting leidden in het verleden tot felle protesten door havenwerkers met onder meer fikse rellen in Brussel.

Fleckenstein is tevreden met het resultaat en denkt dat een akkoord niet mogelijk was geweest als er een nieuwe poging was gedaan om havenwerk te liberaliseren. ‘Voor het eerst in de gesprekken over een port package hebben we de steun van de havens zelf, de terminals en de vakbonden’, zegt hij.

Het compromis betekent dat de Europese zeehavens een grote mate van vrijheid houden in de manier waarop die georganiseerd worden en de huidige praktijk in grote lijnen kunnen voortzetten. Concreet betekent dat dat dienstverleners als loodsen, slepers en roeiers (scheepsvastmakers) niet geliberaliseerd hoeven te worden. Havenbeheerders mogen bepaalde diensten ook zelf blijven aanbieden. Baggerwerk is uit de tekst verdwenen.

Wel komt er een strakker regime voor het tariefbeleid en overheidsinvesteringen. Tarieven mogen niet ‘buiten proportie tot hun economische waarde’ zijn, lees: woekertarieven in bijvoorbeeld monopoliesituaties worden niet getolereerd. Daarnaast moeten havens voortaan openheid geven over hun financiën. Dat moet leiden tot een gelijk speelveld en eerlijke concurrentie tussen de Europese zeehavens.

Europarlementariër Peter van Dalen, die als schaduw-rapporteur aan het rapport meeschreef, is vooral blij met het laatste punt: ‘Goed voor de havens in Nederland en Europa’, zegt hij. Volgens hem is er ‘een goede stap op weg naar een eerlijk Europees havenbeleid gezet’. Hij denkt dat het ‘onder de tafel’ verstrekken van subsidies door (regionale) overheden vooraan beter aangepakt kan worden.

Hij zegt verder met een aantal gelijkgestemden ‘een kerstboom’ van extra eisen te hebben tegengehouden. Zo wilden de Europese Commissie en Fleckenstein havenautoriteiten verplichten om training en opleiding van havenwerkers te verzorgen aan en een sociale dialoog te organiseren. ‘Een havenautoriteit zoals het Rotterdamse havenbedrijf gaat daar echter helemaal niet over, dat is aan de bedrijven ín de haven zelf. Dat is nu ook zo in het rapport vastgelegd.’

Overigens is er nog een lange weg te gaan tot de vaststelling van Europese havenverordening. Daarover moet nog worden onderhandeld tussen het Europees Parlement, de Commissie en de Raad van Transportministers. De Nederlandse staatssecretaris Sharon Dijksma heeft recentelijk laten weten dat ze gaat proberen dat tijdens het Nederlandse voorzitterschap in de eerste helft van dit jaar voor elkaar te krijgen.