Dat stelt Jeroen Eijsink, de Europese directeur van C.H. Robinson, in een gesprek met het Duitse vakblad DVZ. C.H. Robinson is in Noord-Amerika in het landvervoer een grootmacht. Rond 70% van de jaarlijkse omzet (16,2 miljard dollar) komt voor rekening van het wegvervoer in de thuismarkt. Die markt groeit nauwelijks nog. Daarom wil C.H Robinson de komende jaren verder groeien in Europa, waar het de laatste drie jaar bijna de omzet wist te verdubbelen naar 1 miljard dollar, vooral in de lucht- en zeevrachtexpeditie.

Asset-light

C.H. Robinson zoekt daarbij opschaling in het Europees binnenland wegvervoer om de hoge investeringen in digitale oplossingen terug te verdienen. Daarmee wil het klanten en transportbedrijven aan zich binden, want de aanschaf van trucks of de overname van transportbedrijven past niet in de ‘asset light’-strategie van het Amerikaanse expeditiebedrijf. Daarbij ziet Eijsink goede groeikansen in het landtransport van consumentengoederen en verpakkingen, vervoersstromen die nauwelijks last hebben gehad van de coronacrisis..

Bij de expansie in het nationaal wegvervoer in Benelux en Duitsland kijkt het dan ook niet naar acquisities, maar wil het gelet op het EU mobiliteitspakket een netwerk van nationale wegtransporteurs opbouwen. Het internationaal vervoer (boven de 500 kilometer) wordt inmiddels binnen Europa al grotendeels ingevuld door vervoerders uit Oost-Europa, aldus Eijsink.

Snelle betaling

CHR beoogt nationale truckers aan zich binden via onder meer een continue ladingaanbod aan de vervoerders, een snelle betaling van vervoersopdrachten en het verstrekken van aanvullende diensten. het gaat daarbij om tankpasservice, mautafwikkeling en verzekeringen.

De ingehuurde wegvervoerders krijgen ook toegang tot de vrachtdata van C.H. Robinson zodat ze ‘zo min mogelijk lege kilometers behoeven af te afleggen’, aldus Eijsink.