Luchtvaartmaatschappijen vliegen niet langer op bestemmingen zoals China en Noord-Italië, terwijl rederijen minder schepen inzetten voor vervoer van en naar China. Het internationale wegvervoer zal hier eveneens de gevolgen van gaan ondervinden. Dat de economische schade groot zal zijn, behoeft geen verdere toelichting.

Nederlandse expediteurs worstelen intussen met de vraag of luchtvaartmaatschappijen en rederijen vervoer naar sommige bestemmingen mogen weigeren. Op grond van de bepalingen, welke bijvoorbeeld zijn opgenomen in voorwaarden van de Bills of Lading door de rederijen, zouden deze het recht hebben om bijvoorbeeld alternatieve routes te nemen of de goederen onderweg in een haven van boord te zetten. Het argument dat onder bepaalde omstandigheden dit in alle redelijkheid en billijkheid niet zou mogen, zal het richting de rederijen waarschijnlijk niet gaan redden.

Normaal gesproken, als ze het goed doen, komen expediteurs met hun opdrachtgevers de Nederlandse Expeditie Voorwaarden overeen. In deze voorwaarden wordt onder meer bepaald dat alle diensten geschieden voor rekening en risico van de opdrachtgever. Mocht de opdrachtgever van de expediteur schade lijden als gevolg van covid-19, kan deze de expediteur hiervoor niet aanspreken, omdat dit een omstandigheid is welke buiten de invloedsfeer ligt van de expediteur en aangemerkt kan worden als overmacht. Alle extra kosten veroorzaakt door overmacht komen volgens de Nederlandse Expeditie Voorwaarden ten laste van de opdrachtgever en dienen op eerste verzoek van de expediteur aan deze te worden voldaan.

Expediteurs dienen zich wel goed te realiseren dat zij in geval van problemen direct hun cliënten hiervan op de hoogte moeten brengen en in redelijkheid al het mogelijke in het werk moeten stellen om de schade te beperken. Het is verstandig en zeker noodzakelijk om van al deze problemen een dossier bij te houden van de problemen en van alle gevoerde communicatie en handelingen, om elke claim met betrekking tot de schending van de zorgplicht te kunnen verdedigen.

Cor van Maurik, consultant