Ik heb wel gekkere zaken meegemaakt, maar voor mij was dit toch ook weer nieuw. Voor deze verhuisboedel was een transportverzekering afgesloten. Het betrof hier verhuisgoederen met bestemming Aruba en de eigenaar hiervan bleek een vriendin te zijn van een bekende dj. De dj in kwestie kende ik niet, hetgeen ik maar zal toerekenen aan mijn eigen muzikale voorkeuren.

Enige onderbouwing van het schadebedrag ontbrak en daarom heb ik onder andere gevraagd of er ter plaatse aangifte is gedaan bij de politie van deze verduistering met het verzoek een kopie van het proces verbaal toe te zenden met daarbij een overzicht van alle zaken die verduisterd zouden zijn en de daarbij behorende waarde en indien mogelijk met de aanschafnota’s hiervan. De aard van de schade en de omvang moet wel worden aangetoond.

In de tussentijd heb ik contact opgenomen met de betreffende expediteur en deze om opheldering gevraagd van het een en ander. Zijn reactie was kort en bondig, de betreffende dj bleek zijn nota’s voor de zeevracht en andere met betrekking tot het transport gemaakte kosten niet te hebben voldaan. Daarom leverde de expediteur de verhuisboedel niet uit. Van verduistering bleek geen sprake te zijn! Ik heb de dj met dit feit geconfronteerd en hierna mocht ik niets meer van hem vernemen, zeker de plaat gepoetst!

Een ander geval betrof een luchtvrachtzending witlof met als bestemming Israël, welke bij aankomst van de luchthaven door de luchtvervoerder een aantal uren buiten in de brandende zon werd gezet. Het is een gegeven dat witlof hier niet zo goed tegen kan. De ontvanger bleek geen transportverzekering hiervoor te hebben afgesloten en deze verzocht de betrokken expediteur de schade bij de luchtvervoerder te claimen. De vervoerder is voor deze gemaakte fout en de schade aan de witlof wel aansprakelijk.

Uiteindelijk claimt de ontvanger 60% schade van de gehele zending witlof als zijnde onbruikbaar met daarbij nog het verlies van verkoop (= gevolgschade) hiervan. De claim bedraagt in totaal meer dan 11.000 Amerikaanse dollar. Er is geen enkele onderbouwing van de bedragen en bewijs ontbreekt dat inderdaad 60% van de witlof onbruikbaar zou zijn. Er is geen schade-expert ingeschakeld door de ontvanger.

De luchtvervoerder wijst allereerst de geclaimde gevolgschade af, daar dit onder het Verdrag van Montréal is uitgesloten. Omdat er geen daadwerkelijk bewijs is van de omvang van de schade aan de witlof weigert de luchtvervoerder op basis van 60% het beschadigde gewicht een vergoeding hiervan en vraagt de ontvanger te komen met nader bewijs waaruit de omvang hiervan blijkt. Dit blijkt voor de ontvanger een onmogelijk opgave te zijn en uiteindelijk laat deze het er maar bij zitten.

Cor van Maurik, consultant