Het bedrijf wijt dit aan de onzekere economische toekomst en aan het feit dat concurrenten van Panalpina, direct nadat duidelijk werd dat de onderneming in Deense handen zou komen, jacht gingen maken op klanten van de Zwitsers. Dat gebeurde in het tweede kwartaal, zegt topman Stefan Karlen. ‘Maar we wisten stand te houden’, voegt hij eraan toe.

Panalpina publiceerde zijn halfjaarcijfers vandaag, donderdag, en was daarmee verrassend eens sneller dan de grote Zwitserse buurman Kuehne + Nagel. Doorgaans komen de Panalpina-cijfers een dag of wat later dan die van de expediteur uit Schindellegi. Binnenkort zijn ook de resultaten van DSV te verwachten, waarin die van Panalpina zullen zijn meegerekend.

In de eerste zes maanden behaalde Panalpina een netto-omzet, dus zonder de door klanten betaalde vrachtpenningen, van 2,96 miljard Zwitserse frank, omgerekend 2,68 miljard euro. Dat was nauwelijks meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Het resultaat voor rente, belasting en bijzondere posten (ebitda) kwam uit op 118 miljoen euro, een fractie minder dan in de eerste helft van vorig jaar. Onder de streep resteerde een winst van 31 miljoen euro, eveneens iets minder dan in het eerste semester van 2018.

Opbrengst per ton luchtvracht omlaag

In de lucht- en de zeevracht waren er twee tegengestelde ontwikkelingen. In de luchtvracht, waarin Panalpina niet alleen een expediteur is maar ook met eigen toestellen actief is, werd een volumegroei bereikt van 5%. Tegelijk daalde de opbrengst per vervoerde ton, van omgerekend 655 euro naar 595 euro. Het resultaat voor rente en belastingen liep terug van 48 miljoen tot 35 miljoen euro. De brutomarge daalde van 15,1% naar 11,4%.

In de zeevrachtexpeditie was juist sprake van een volumedaling met 3%. De bruto-omzet per teu steeg echter een fractie tot omgerekend 271 euro. Het brutoresultaat veranderde van een verlies van ongeveer vijf miljoen euro in de eerste zes maanden van vorig jaar tot een plus van eenzelfde bedrag dit jaar.

Logistiek

In de logistiek was er een daling van 3% in het brutoresultaat naar 147 miljoen euro. Voor rente en belasting resteerde een duidelijk gestegen winst van 7,3 miljoen euro. De brutowinstdaling was volgens topman Karlen toe te schrijven aan een afkoeling in de auto- en hoogtechnologische industrie. De stijging van het resultaat onder de streep was dan weer te danken aan efficiencymaatregelen.

Karlen spreekt van een ‘uiterst onzekere macro-economische en politieke omgeving’, die de ontwikkeling van de zee- en luchtvrachtexpeditie negatief beïnvloedt.