In amper twintig jaar heeft DSV, dat voluit staat voor ‘De Sammensluttede Vognmænd af 13-7 1976’, uit het kleine plaatsje Hedehusene bij Kopenhagen, rond de tien expediteurs opgekocht voor een plek in de voorhoede van de mondiale containervaart, het wegvervoer en de luchtvaart.

Daarbij begon de expansie internationaal na enkele Scandinavische overnames (waaronder DFDS Dan Transport) pas goed via de koop van het Nederlandse Frans Maas (2006) en het Belgische ABX twee jaar later.

Koopwoede

De koopwoede leek drie jaar geleden te eindigen met de acquisitie van het Amerikaanse UTi voor de lieve som van 1,35 miljard dollar. Niemand geloofde DSV-topman Jens Bjorn Anderson, de architect achter de verschillende acquisities, dat hij al dacht aan een volgende grote overname ‘over enkele jaren’.

Dat het Franse CMA CGM eind vorig jaar Ceva Logistics voor zijn neus wegkaapte, was voor Andersen een persoonlijk drama. De Deen had niet verwacht dat een traditionele partij als een rederij hem te slim af zou zijn in de expeditiemarkt. Een strategische fout was ook dat de Deen te laat en te weinig bood voor Ceva.

Kolossale bonus

Daarom trok de Deense topman voor Panalpina (4,1 miljard euro) wel royaal en op tijd de beurs. Dat is 43% meer dan de beurswaarde van Panalpina begin dit jaar. Die kolossale bonus was blijkbaar genoeg om het kapitaalkrachtige Koeweitse Agility uit te schakelen, dat eerder dit jaar door de top van Panalpina als tegenkandidaat uit de hoge hoed werd getoverd.

De Zwitserse grootaandeelhouder, de Ernst Goehner Stiftung (EGS), kon toen niet anders doen dan de Deense kronen accepteren, maar wist haar huid duur te verkopen. In totaal vangt de huidige Zwitserse liefdadigheidsinstelling omgerekend bijna 2 miljard euro voor zijn belang van 46% in de Zwitserse expediteur.

Een groot deel daarvan zal worden uitbetaald in aandelen DSV. Daardoor wordt het Zwitserse fonds, als tenminste de overname wordt goedgekeurd door de mededingingsautoriteiten, met 11% de grootste aandeelhouder van DSV. EGS, ooit volledig eigenaar van Panalpina, krijgt met dat minderheidsbelang straks ook een zetel in de Raad van Bestuur van de nieuwe Deense multinational op expeditiegebied.

Dividend

Een financieel minpuntje voor EGS bij de deal is het minder royale dividendbeleid van de Denen. Topman Andersen van DSV ploegt de forse jaarlijkse winsten – DSV is met het Amerikaanse Expeditors een van de best renderende expeditiebedrijven van de wereld – liever in nieuwe overnames en fusies. Via de zetel in de Raad van Bestuur zullen de Zwitsers zeker nog een poging wagen om de karige dividenduitkeringen van DSV op te krikken.

Uiteindelijk pakt de deal met Panalpina, hoe duur ook, strategisch voor Andersen beter uit dan de geplande en mislukte koop van Ceva. Op expeditiegebied is Panalpina een veel grotere naam dan Ceva. Daarnaast zit de voormalige Amerikaans-Nederlandse expediteur ook nog eens met een omvangrijke en onverteerde schuld van 1 miljard euro in de boeken. Daar moet de nieuwe eigenaar nog een oplossing voor vinden.

Panalpina biedt de Denen tegelijkertijd op expeditiegebied meer schaalgrootte en een kwalitatief beter netwerk in sleutelmarkten. Daarnaast beschikken de Zwitsers over eigen chartervluchten, een belangrijke toevoeging nu steeds meer airlines de vrachtvliegtuigen de rug toekeren. Alleen in contractlogistiek had Ceva Logistics de Denen meer te bieden. De verwachting is dat DSV vooral op dat gebied de komende jaren nog acquisities zal plegen.

Loonkosten

De fusie tussen DSV en Panalpina levert straks een logistieke grootmacht op met een samengevoegde omzet van rond de 16 miljard euro en een personeelsbestand van ruim 60.000 medewerkers. Of dat aantal banen er ook na de ingrijpende reorganisatie nog zal zijn, valt te betwijfelen.

DSV is een meester in het snoeien en omvormen van slecht renderende expediteurs tot winstmachines. Zo werd het verliesgevende UTi al na een jaar winstgevend geïntegreerd. Het recept was daarbij simpel: meer omzet, een nieuw IT-systeem en vooral lagere (loon)kosten.

Comfortabele positie

Uit respect voor de oude merknaam Panalpina zal het nieuwe bedrijf voorlopig voluit ‘DSV Panalpina A/S’ gaan heten, maar de vraag is of deze nieuwe naam in de praktijk lang zal bestaan. Qua marktaandelen (volumes) zal DSV Panalpina zich volgens analisten straks in de mondiale containervaart gaan meten met DHL Global op een tweede of derde plek, net achter marktleider K+N.

Op luchtvrachtgebied zit het fusiebedrijf in een vergelijkbare positie en moet het hier de nummer twee, K+N en koploper DHL voor laten gaan. Voor Andersen een comfortabele positie om de komende jaren een verdere aanval in te zetten op de twee grootmachten, waarschijnlijk via nieuwe acquisities.