Volgens de eerste berekening van het CBS is het bruto binnenlands product (bbp) in het eerste kwartaal van 2020 met 1,7 procent gekrompen ten opzichte van een kwartaal eerder. De krimp is vooral toe te schrijven aan de consumptie door huishoudens. Ten opzichte van het eerste kwartaal 2019 was de omvang van het bbp 0,5 procent kleiner. Daar komen straks dus de corona-invloeden nog sterker overheen.

In de Conjunctuurklok van half mei presteren 12 van de 13 indicatoren slechter dan hun langjarige trend. De maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus hebben voor veel indicatoren in de klok vanaf verslagmaand maart grote invloed.

Economische informatie

De Conjunctuurklok is een hulpmiddel voor het bepalen van de stand en het verloop van de Nederlandse conjunctuur. In de Conjunctuurklok komt vrijwel alle belangrijke economische informatie samen die het CBS tijdens de afgelopen maand c.q. het afgelopen kwartaal heeft gepubliceerd. Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok betreft een macro-economisch beeld en het gaat niet in gelijke mate op voor alle huishoudens, bedrijven of regio’s.


Grootste daling ooit

In april vertoonde zowel het consumentenvertrouwen als het producentenvertrouwen de grootste daling in een maand ooit. Het vertrouwen van producenten en consumenten ligt onder het langjarige gemiddelde.


Investeringen

De investeringen in vaste activa lagen 0,9 procent hoger dan een jaar eerder. In het eerste kwartaal van 2020 zijn vooral de investeringen in infrastructuur, bedrijfsgebouwen en machines gegroeid. Daarentegen is er minder geïnvesteerd in vervoermiddelen zoals personenauto’s , vrachtwagens, opleggers, e.d.

In het eerste kwartaal van 2020 lag de uitvoer van goederen en diensten op hetzelfde niveau als een jaar eerder. Een kwartaal eerder groeide de uitvoer nog met 3,2 procent. Nederlandse bedrijven hebben in het eerste kwartaal van dit jaar wel meer chemische producten, elektrotechnische machines en apparaten uitgevoerd. De export van transportmiddelen en aardgas was lager dan een jaar eerder.

Consumptie

Consumenten hebben in het eerste kwartaal 1,3 procent minder besteed dan in het eerste kwartaal van 2019. Dit was de eerste daling in zes jaar tijd. In maart kromp de consumptie door huishoudens zelfs met 6,7 procent koopdaggecorrigeerd, terwijl er in de eerste twee maanden van het kwartaal nog een groei was. Consumenten gaven in het eerste kwartaal van dit jaar met name minder uit aan diensten (vooral aan horeca, recreatie en cultuur) en kleding. Aan voedingsmiddelen hebben ze echter meer besteed. De horeca moest halverwege maart de deuren sluiten, winkelstraten waren zo goed als uitgestorven, terwijl de supermarkten juist meer omzet boekten.

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in maart 2,5 procent lager dan in maart 2019. In de voorgaande maand kromp de productie met 1,3 procent. In de cijfers over de verslagmaand maart zijn de gebeurtenissen rondom het coronavirus nog maar beperkt zichtbaar. Het producentenvertrouwen was in maart nog net positief.

Faillissementen

Het aantal failliet verklaarde bedrijven, voor zittingsdagen gecorrigeerd, is in april met 75 gestegen. De trend is sinds september 2018 licht stijgend. In de cijfers over de verslagmaand april zijn de gebeurtenissen rondom het coronavirus nog niet of nauwelijks zichtbaar. Tussen de aanvraag en het uitspreken van een faillissement kunnen enkele weken zitten. Vanaf week 14 houden de rechtbanken de rekesten (als een andere partij de rechter verzoekt om een bedrijf failliet te laten verklaren) voor ten minste vier weken aan, tenzij er sprake is van spoed. Daarnaast is door het kabinet een noodpakket voor economie en banen opgezet om bedrijven zoveel mogelijk te ondersteunen.

Aantal banen

Het totale aantal banen van werknemers en zelfstandigen nam in het eerste kwartaal met 23.000 toe tot 10.773.000. De groei van het aantal banen ten opzichte van het voorgaande kwartaal komt daarmee op 0,2 procent. Dit is het laagste groeicijfer sinds het eerste kwartaal van 2016. In vergelijking met een jaar eerder zijn er 135.000 banen bij gekomen, een stijging van 1,3 procent. De cijfers zijn inclusief de banen van mensen die vanwege de coronacrisis niet kunnen werken, maar krijgen doorbetaald.

Eind maart 2020 was het aantal openstaande vacatures afgenomen tot 226.000, ruim 60.000 minder dan een kwartaal eerder. Dit is de eerste kwartaalafname in zeven jaar tijd, en bovendien in aantallen de grootste die ooit is gemeten.

Door de afname van het aantal openstaande vacatures liep de spanning op de arbeidsmarkt terug naar gemiddeld 82 vacatures per 100 werklozen. In het vierde kwartaal waren dat er nog 91. In het eerste kwartaal van 2020 daalde het aantal werklozen volgens de ILO-definitie met 39.000 naar gemiddeld 277.000. Het gaat om mensen zonder betaald werk die hier recent naar hebben gezocht en direct beschikbaar zijn om aan de slag te gaan. Het werkloosheidspercentage daalde van 3,4 naar 3,0 procent.