Volgens Transportorganisatie TLN biedt de WAB voor- en nadelen, maar hebben de nadelen ‘de overhand’ bij de achterban. ‘De WAB moet de balans op de arbeidsmarkt herstellen, maar is daarin doorgeschoten’, aldus de belangenbehartiger van Nederlandse logistiek. ‘De 5 procentpunt hogere WW-​premie bovenop de transitievergoeding die vanaf dag 1 gaat gelden maakt de wet onaantrekkelijk voor werkgevers in de transportsector’, stelt de organisatie. Het kan dan ook ‘duur uitpakken voor de werkgevers’, aldus TLN.

De WAB biedt bedrijven in de logistieke sector wel op deelgebieden meer flexibiliteit, aldus TLN. ‘Het wordt weer mogelijk met drie overeenkomsten voor bepaalde tijd te werken die samen maximaal 36 maanden mogen duren. Bij een vierde overeenkomst of als de termijn van 36 maanden wordt overschreden, ontstaat van rechtswege een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.’ Tot en met eind 2019 was  het mogelijk om drie tijdelijke contracten in maximaal twee jaar aan te gaan.

Tijdelijke overeenkomsten

Ongewijzigd blijft dat als de onderbreking tussen twee tijdelijke arbeidsovereenkomsten groter is dan zes maanden is er gewoon weer een nieuwe reeks van tijdelijke contracten kan worden aangeboden.

Minder flexibiliteit biedt de nieuwe regeling voor oproepcontracten in de logistiek, stelt de belangenorganisatie verder.  Zo is een oproepkracht vanaf dit jaar niet verplicht te komen werken als het tijdstip waarop hij moet opkomen niet ten minste vier dagen van tevoren schriftelijk of elektronisch aan hem is kenbaar gemaakt.

Binnen een cao-branche kan dit nog verkort worden, maar het mag niet minder dan 24 uur worden. ​Wordt de oproep om te komen werken binnen vier dagen schriftelijk of elektronisch ingetrokken, dan heeft de werknemer toch recht op het loon over de periode dat hij zou moeten werken.

Verder krijgen oproepwerknemers naast de minimale oproeptermijn na twaalf maanden een verplicht aanbod voor vaste uren van de werkgever. Daarmee neemt voor deze groep werknemers de rechtszekerheid aanzienlijk toe.

Het kabinet heeft met de nieuwe  wet vooral geprobeerd om de kloof tussen vaste contracten en flexibele contracten kleiner te maken. Daarom krijgen oproepkrachten en payrollwerknemers meer zekerheid. Ook wordt het voor werkgevers aantrekkelijker om een vast contract aan te bieden aan werknemers en daarmee minder gebruik te maken van flexkrachten.

WW-premie

Zo daalt de WW-premie voor vaste medewerkers, terwijl die voor flexcontracten juist stijgt. Daarnaast komt de sectorpremie te vervallen.

Betaalde een werkgever voor een werknemer met een tijdelijk contract en een modaal inkomen vorig jaar 538 euro per maand aan werkgeverslasten, dit jaar wordt deze werknemer 99 euro per maand duurder. Voor hetzelfde personeelslid in vaste dienst is de werkgever in 2020 juist 42 euro per maand goedkoper uit. Het grote verschil wordt bijna volledig veroorzaakt door de lagere WW-premie.

Daar staat tegenover dat het ontslagrecht wordt versoepeld. Gronden voor ontslag die nu op zichzelf niet sterk genoeg zijn, mag de rechter straks combineren, de zogeheten de cumulatiegrond. Ontslag wordt daardoor makkelijker. Wel moeten de verschillende factoren samen een redelijke grond voor ontslag opleveren. Tegenover deze versoepeling staat wel weer dat de rechter een extra transitievergoeding kan toekennen aan de ontslagen werknemer. Ook de berekening van de transitievergoeding verandert. Waar de werknemer nu aanspraak maakt op die vergoeding als hij twee jaar of langer in dienst is, heeft deze na de inwerkingtreding van de Wab vanaf dag één van het dienstverband recht op die vergoeding. Zelfs als hij maar één dag in dienst is, heeft hij er recht op.

Daar staat tegenover dat in sommige gevallen de transitievergoeding omlaag gaat bijvoorbeeld bij werknemers die langer dan tien jaar in dienst zijn geweest. Eerder al werd een wet aangenomen waarmee werkgevers de transitievergoeding die zij moeten betalen omdat de arbeidsovereenkomst met een zieke werknemer eindigt, op het UWV kunnen verhalen. Werknemers die vanaf 2020 een payrollcontract krijgen aangeboden, ontvangen minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden en dezelfde rechtspositie als werknemers die in dienst zijn van het bedrijf.

Ook waar het gaat om een bij de inlener geldende 13e maand, vakantiedagen, scholingsregelingen, verlofregelingen en andere arbeidsvoorwaarden. Deze voorwaarden kunnen in een cao staan, maar ook in een arbeidsvoorwaardenreglement. Vanaf 2021 krijgen payrollkrachten verder recht op een goede pensioenregeling.

Meer op komst

De WAB is de eerste stap die minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) wil zetten om de rechtszekerheid voor de ruim twee miljoen Nederlanders die werken met een tijdelijk of oproepcontract te verbeteren. Zo ligt er al een conceptwet die de rechtspositie van de 1,2 miljoen zzp-ers in ons land helder moet krijgen. Dat werkstuk is door werkgevers en vakbonden overigens al als ‘onwerkbaar’ naar de prullenbak verwezen. Ook moet er een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp-ers komen en levert een commissie deze maand verder een studie af voor een integrale aanpak van de arbeidsmarkt die inmiddels voor 35% uit flexwerkers bestaat.