Afgelopen jaar was er een groei met 1,7% en het jaar dáárvoor rolde er 2,6% uit. We hebben een vrij lange periode van opgang gekend en moeten ons instellen op een bijna wereldwijde verslechtering. We hebben daarbij het voordeel dat de staatsfinanciën grosso modo op orde zijn en de overheid dus hier en daar een bestedingsimpuls kan geven.

Somber beeld

Maar waar gaat dat geld heen? Het Centraal Planbureau schetst ons voor de komende twintig jaar een somber beeld. De zorgsector slokt nu al bijna een zevende op van ons bruto binnenlands product (bbp). Die zorguitgaven, nu zowat honderd miljard euro, gaan met de vergrijzing nog geweldig toenemen. Een grotere groep van de bevolking produceert zelf niet meer, maar houdt wel een toenemende productie rond zich gaande.

Daarmee verandert onvermijdelijk de structuur van de economie. Het aandeel van de productie van andere goederen en diensten binnen de totale volkshuishouding komt onder druk te staan. We kunnen wel pensioen- en aow-leeftijden oprekken, maar ook de gemiddelde leeftijd die Nederlanders bereiken stijgt door. Misschien moeten we toch eens aan bijvoorbeeld de Japanners vragen hoe ze deze demografische ontwikkeling het hoofd bieden – en een per hoofd zeer welvarend land blijven.

Recessies

De laatste recessies die de Nederlandse economie troffen, deden zich voor in 2010 en, kort daarop, 2012. Het is niet zo vreemd te veronderstellen dat we nu geleidelijk de neergang van de huidige cyclus gaan bereiken. In Duitsland, waarvan Nederland nog steeds enorm afhankelijk is, kon een technische recessie in de tweede helft van vorig jaar ternauwernood worden voorkomen. Het land wordt onder meer getroffen door de slechte gang van zaken in de autoindustrie, die zich aan de gevolgen van het dieselschandaal tracht te ontworstelen.

De meevallende Nederlandse cijfers zijn ook geen teken van weelde, waarschuwt het economisch bureau van bank ING. De sterkste groeiers zijn volgend jaar de detailhandel, de dienstverlening en de zorg. Een lichte groei is er nog in de bouwnijverheid en de agrarische sector, ondanks de problemen met pfas en stikstof. Veel bedrijven verminderen hun investeringen uit onzekerheid over de ontwikkeling op de middellange termijn.

Dat bepaalde sectoren nog redelijk draaien, is volgens de bank ook niet aan interne factoren, maar vooral aan belastingverlagingen en een lage, of bijna niet-existente, inflatie. Dit in combinatie met een ‘solide’ loonstijging’, die uiteraard de koopkracht bevordert. Veel bedrijven verkeren nog in onzekerheid over de wereldhandel, Brexit en dat soort factoren, al is het beeld hier wel iets gunstiger geworden. Er wordt voor 2020 zelfs een exportgroei van 2,7% voorzien, nog iets meer dan de 2,5% uit 2019.

Teken aan de wand

Al met al draait de economie ‘nog prima’, zeggen de bankeconomen. De huidige krapte op de arbeidsmarkt vertaalt zich snel door in de loonontwikkeling, die op hun beurt voor winkelverkopen goed is. De forse daling van de investeringen is echter een teken aan de wand. Vorig jaar namen die met 5,2%, voor dit jaar zit er niet meer dan 1,5% groei in het vat. Goed, dat is gelet op de geringe geldontwaarding nog niet zo’n slechte uitkomst.

Van een echte recessie komt het de eerste twee jaar nog niet, durft de bank te voorspellen. Overigens houdt ruim de helft van de consumenten daar wel rekening mee. Van de ondernemers voorziet 46% binnen twee jaar een krimp; nog eens 32% houdt een krimp over twee of drie jaar voor mogelijk. ‘Eigenlijk weten wij niet wanneer Nederland weer in een recessie belandt’, zegt hoofdeconoom Marieke Blom van ING Nederland. ‘We kunnen belangrijke gebeurtenissen zoals politieke besluiten over Brexit en handelsconflicten niet voorspellen.’

Door alle berichten over Brexit en handelsoorlogen is de ‘onzekerheidsindex’, die de bank bij haar klanten berekent, als een zigzag op en neer geschoten. De laatste index vloog weer de lucht in, maar zou ook best weer flink kunnen dalen. De arbeidsmarkt blijft nog wel even krap, maar het aantal vacatures staat onder druk. ING ziet vooral de arbeidsparticipatie onder ouderen weer toenemen.