Dat stelt het ING Economisch Bureau in zijn jongste Dutch Economy Chart Book. De daling is bevreemdend als wordt bedacht dat de Nederlandse economie zelf nog steeds goed draait en het prijspeil van in Nederland vervaardigde industrieproducten ten opzichte van de meeste invoerlanden nauwelijks is veranderd, zegt de bank.

De economie in Nederland moet het nu klaarblijkelijk vooral van de binnenlandse markt hebben, luidt de analyse. De in het binnenland behaalde rendementen bereikten een topniveau, maar de exportindustrie ziet een stagnatie in de winstgevendheid.

De pijn zit volgens ING vooral in de verlaagde groeiverwachtingen voor het eurogebied. De wederuitvoer, van goederen die in Nederland slechts een geringe bewerking hebben ondergaan, nam in beide onderzochte kwartalen wel. Deze wederuitvoer heeft een toenemend belang voor de Nederlandse economie. Ze nam de laatste twintig jaar met bijna 100% toe.

Exporteurs nog ‘neutraal’

Maar het belang ervan komt op slechts 3,8% van de totale volkshuishouding, terwijl het aandeel van de Nederlandse maakindustrie 16,6% bedraagt. Als de export van deze laatste sector blijft verzwakken, zal dit ook de groei van de totale economie verminderen, zeggen de bankeconomen.

Volgens ING zijn Nederlandse exporteurs nog ‘neutraal gestemd’ over hun exportvooruitzichten, maar ze zijn sinds de financiële crisis van het einde van het vorige decennium nog niet ‘zo somber’ gestemd als dit jaar. Ze zien ook de loonkosten sneller oplopen, waarmee hun mondiale concurrentiepositie onder druk komt te staan. Dit heeft onder meer te maken met toenemende schaarste aan geschikt personeel. Het is ‘onze verwachting dat de winstgevendheid eerder afneemt dan stijgt’.

Ook het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kwam vandaag, woensdag, met verontrustende cijfers. De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in de maand mei 1,8% lager dan in dezelfde maand vorig jaar. In april was er van jaar op jaar al een krimp met 1%. De sterkste groeier in mei was de elektronische industrie, met 8%, gevolgd door de transportmiddelenindustrie en de chemie. In de meeste andere bedrijfstakken was er een daling, met name in de machine-industrie.

Producentenvertrouwen daalt

De algemene trend is, voegt het CBS eraan toe, over de hele linie ‘vlak’. Dat heeft te maken met seizoenseffecten en het gemiddeld aantal gewerkte dagen. Tussen 2014 en 2018 waren die effecten er ook, maar liet de industriële productie trendmatig een groei zien. Nu lijkt hieraan dus een einde gekomen.

Volgens het CBS is het producentenvertrouwen in de Nederlandse industrie in juni verder afgenomen, naar het laagste niveau in bijna drie jaar. Ondernemers zien vooral een minder gunstige ontwikkeling van de bedrijvigheid. Dat heeft onder meer te maken met de toestand in Duitsland, een belangrijke afzetmarkt voor Nederlandse producten.

Duitse producenten hebben, gemeten naar de gezaghebbende Ifo-index, voor de tiende maand op rij minder vertrouwen in de nabije toekomst. In mei daalde de gemiddelde dagproductie in de Duitse industrie met meer dan 4% in vergelijking met mei vorig jaar.