Dit blijkt uit een nieuwe statistische analyse van het CBS, op basis van recente cijfers over het jaar 2016 en data van voorgaande jaren.

Aan het wederuitvoeren van goederen verdient Nederland relatief weinig, waardoor het overschot niet zo lucratief is als op het eerste gezicht lijkt. Per euro exportwaarde verdient Nederland ongeveer 11 cent aan wederuitvoer. De uitvoer van producten van Nederlandse makelij levert Nederland ongeveer 57 eurocent per euro exportwaarde op.

Bij zowel de in- als de uitvoer heeft 44% van de handelswaarde betrekking op wederuitvoer. Ruim de helft van de invoer is namelijk invoer voor de Nederlandse markt en bij de export is ruim de helft uitvoer van Nederlandse makelij. Daardoor komt het goederenhandelsoverschot na correctie voor wederuitvoer lager uit.

Wederuitvoer wil zeggen dat Nederland goederen importeert die in het buitenland zijn gemaakt, eventueel licht bewerkt en vervolgens exporteert. Bijvoorbeeld tablets en smartphones die via de Rotterdamse haven Nederland binnenkomen en vervolgens in Duitsland of Frankrijk terechtkomen. De bijdrage van de wederuitvoer aan het bbp was in 2015 bijna 4%. Bij de uitvoer van Nederlandse makelij was dat bijna 17%.