Onzekerheden zat. Maar geen ervan lijkt groot genoeg om de wereldeconomie van haar groeipad af te krijgen.

De afgelopen dagen kwam een aantal prima halfjaarverslagen van grote bedrijven in transport en logistiek voorbij. Goed, sommige containerrederijen hadden zwaar te lijden onder de aanloopkosten van het nieuwe consortium ONE. Toegegeven, luchtvaartmaatschappij Air France-KLM zuchtte onder de gevolgen van de stakingen door Franse piloten, maar kon schermen met fraaie resultaten bij KLM. Over de hele linie gingen de zaken in het mondiale bedrijfsleven voorspoedig.

We verkeren nog steeds in een opgaande conjunctuur en weten niet eens of en wanneer deze gunstige cyclus ten einde komt. Zelfs het Internationaal Monetair Fonds (IMF), in zijn jongste World economic outlook (juli), ziet voorlopig weinig wolken aan de lucht. Voor dit en volgend jaar voorziet het fonds een wereldwijde groei van telkens 3,9%. Dat is zelfs een kleine groeiversnelling, want voor vorig jaar rolde er een toename van het mondiale bruto binnenlands product uit van 3,7%.

Afkoeling

Voor alle economische gebieden zijn de vooruitzichten gunstig. De ver ontwikkelde landen mogen voor dit jaar rekenen op een groei van 2,4%, evenveel als vorig jaar. Voor komend jaar zit er volgens het IMF een groei in het vat van 2,2%. Een kleine afkoeling dus, maar daar staat bij de zich ontwikkelende landen een groeistijging tegenover van 4,9% dit jaar tot 5,1% in 2019.

Binnen de groep ‘advanced economies’ (de VS, Europa, Japan, Australië en Nieuw-Zeeland) mogen de Verenigde Staten rekenen op een groei van 2,9% dit jaar, gevolgd door 2,7% volgend jaar. Voor Europa ligt een groei van 2,2% dit jaar en van 1,9% volgend jaar in het verschiet. Japan, jarenlang kampend met krimp, laat dit jaar een plusje van 1% zien en kan die groei volgend jaar nog versterken.

Natuurlijk zijn er genoeg beren op de weg. In de wereldhandel dreigen toenemende fricties als gevolg van de hogere invoertarieven waarmee de belangrijkste handelspartners (VS, Europa, China) elkander dreigen. De geopolitieke zorgen (Iran bijvoorbeeld) nemen toe. Er ligt nog steeds een ‘harde’ Brexit op de loer (zie kader). De economische voorspellingen voor het Verenigd Koninkrijk heeft het IMF alvast maar neerwaarts bijgesteld. Door al deze factoren kan de ‘relatieve kalmte’ op de wereldmarkten snel omslaan.

Het fonds constateert wereldwijde stijgingen in de detailhandelsomzetten, terwijl de inkoopmanagers gemiddeld een gunstig oordeel hebben over de markten waarin ze opereren. Tegelijk staat de industriële productie onder druk en lijken de nieuwe exportorders in een aantal landen af te nemen. Dat laatste meldde bijvoorbeeld ook de Duitse industrie: in de maand juni kwamen er minder orders binnen uit landen buiten de eurozone.

Rentestappen

Aan het financiële front lijkt het tamelijk rustig. De Amerikaanse centrale bank, de Fed, heeft de extreem lage rente dit jaar verhoogd met een kwart procentpunt en heeft aangekondigd daaraan dit jaar nog twee en volgend jaar drie rentestappen toe te voegen. Ook de Europese Centrale Bank (ECB) werkt aan een verkrapping van de geldverstrekking, nu zelfs Griekenland van het Europese geldinfuus kan worden afgekoppeld. Dat schept duidelijkheid voor de financiële sector, die de laatste jaren aan de illusie gewend is geraakt dat geld ‘niets kost’.

Voor India, één van de snelste groeiers van de afgelopen periode, wordt een groeivertraging voorzien, zij het op een nog steeds hoog niveau. Moeilijker is de situatie in een aantal landen in Zuid-Amerika. Argentinië en Brazilië zien de groei nu al teruglopen en kampen met een oplopende inflatie, die leidt tot depreciatie van hun nationale munten. We zagen dat laatste weerspiegeld worden in de halfjaarcijfers van sommige bedrijven die veel zaken doen in deze landen. Er was bij die bedrijven sprake van druk op de omzet.

Voor de kortere termijn staan de zaken er dus al met al nog vrij goed voor. Zo melden de grote expediteurs in hun halfjaarverslag een gezonde groei in zee- en luchtvracht, waarbij deze bedrijven de gemiddelde vrachttoename nog weten te overtreffen. Dat is een gebruikelijk beeld. Hoofdrolspelers in de expeditie hebben een aanzienlijke inkoopmacht en kunnen tegelijk aanhoudend de eigen efficiëntie verhogen. Ze kunnen zodoende hun aandeel opvoeren en toch hun marges blijven verbeteren.

Rentabiliteitsherstel

Drewry berekende onlangs dat in het eerste deel van dit jaar de containervolumes op het belangrijke vaargebied tussen Azië en Noord-Europa stabiel zijn gebleven op 4,9 miljoen teu. De volumes daalden ‘westbound’ in het eerste kwartaal 1,6% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar, maar ze stegen in het tweede kwartaal 1,8%. De meeste containerreders hebben, na jaren van malaise als gevolg van een grote capaciteitsgroei, tegenwoordig de wind weer mee en kunnen werken aan rendabiliteitsherstel.

Structureel blijft de containervaart toenemen dank zij de voortschrijdende containerisatie. Intussen loopt het bulkvervoer van onder andere olie(producten) en kolen de komende jaren onvermijdelijk terug, zoals nu aan de jongste overslagcijfers van bijvoorbeeld Rotterdam en Amsterdam is af te lezen. Die trend houdt tot het midden van deze eeuw zeker aan. Nog heeft fossiele brandstof een zeer groot aandeel in de totale energievoorziening, maar alternatieven als wind- en zonne-energie en, steeds meer, waterstof gaan ooit het stokje overnemen