Er wordt al lange tijd gepraat over het ETS voor het wegvervoer. Gezien de ambities voor uitbreiding van het systeem is de Commissie blijkbaar tevreden met de resultaten die in andere sectoren worden geboekt. Het wegvervoer heeft echter wel als bijzonderheid, dat er al een groot aantal andere instrumenten bestaat die transportbedrijven moeten bewegen om hun uitstoot omlaag te brengen.

Er zijn bijvoorbeeld al emissienormen voor voertuigen, die steeds verder worden aangescherpt. In Nederland zal tijdens of na de formatie de kilometerheffing voor vrachtwagens weer op tafel komen. Ons nu demissionaire kabinet wil daarvoor een eigen nationaal systeem opzetten, zoals bijvoorbeeld in Duitsland, terwijl Brussel dit op Europese schaal wil regelen. In Duitsland krijgt het bedrijfsleven bij invoering van het ETS te maken met een dubbele emissiehandel. De federale Duitse regering werkt namelijk ook aan een eigen systeem dat voor dit jaar op de rol staat. Voor een Autobahnrit zijn dus straks wellicht Europese én Duitse uitstootrechten benodigd. Elke EU-lidstaat heeft zo zijn eigen plannen, waardoor er een onoverzichtelijke lappendeken dreigt te ontstaan van over elkaar liggende maatregelen op verschillende niveaus. Maatregelen die allemaal hetzelfde doel nastreven: het reduceren van de CO2-uitstoot.

Critici noemen het ETS een doodgewone lastenverzwaring voor automobilisten en vervoerders. Hoewel Brussel nog moet bepalen wie straks de rechten moet gaan aankopen (de brandstofleveranciers of de -verbruikers), zullen de kosten uiteindelijk aan de pomp tot een prijsverhoging leiden. Het is begrijpelijk dat Timmermans daarom huiverig is. In Frankrijk leidde het voorstel om de brandstofaccijnzen te verhogen tot maandenlange en steeds grimmiger wordende protestacties van de gele hesjes. De gilets jaunes legden het land deels plat en dwongen de regering uiteindelijk tot verzoeningsmaatregelen. Dit bestuurlijke nachtmerriescenario liet zien dat het draagvlak onder het klimaatbeleid op veel plaatsen flinterdun is.

Ook is de vraag of en in welke mate de emissiehandel gaat leiden tot verstoringen in de markt. Wat betekent het verhandelen van rechten, zoals dat in de industrie gebeurt, voor de brandstofprijzen? Worden er rechten toegewezen? En aan wie dan? En hoe waarborgen we de toegankelijkheid voor nieuwkomers in de markt? Hopelijk kijkt Brussel voor het antwoord op die vragen naar lessen die inmiddels te trekken zijn uit de invoering van het ETS in andere sectoren.