Werkgevers en werknemers staan op dit moment lijnrecht tegenover elkaar bij de onderhandelingen voor een nieuwe cao. Inmiddels zijn de gesprekken vastgelopen en organiseert de FNV her en der in het land acties. Het valt op dat de onderhandelende partijen het over vrijwel niets eens zijn. Zelfs niet over het verloop van de gesprekken. Hadden de werkgevers nu wel of niet een handreiking gedaan voor het verlopen van het door de bonden gestelde ultimatum? Beide partijen houden er hun eigen lezing op na.

Om het chauffeurstekort het hoofd te kunnen bieden, is meer eensgezindheid nodig. Bedrijven hebben te maken met vergrijzing en pensioenuitstroom, terwijl de aanwas vanuit het onderwijs achterblijft. Tegelijkertijd is door de coronacrisis de onvrede onder chauffeurs over hun arbeidsomstandigheden en -voorwaarden verder blootgelegd. De vraag is nu, of het tekort aan chauffeurs inderdaad een geval is van onoverkomelijke schaarste, of dat vraag en aanbod niet bij elkaar komen doordat het vak van trucker niet aantrekkelijk genoeg is.

De coronacrisis heeft het aantal problemen dat chauffeurs tijdens een werkdag tegenkomen flink verhoogd. Wegrestaurants en tankstations zijn gesloten, er zijn minder plekken om te rusten. Eerste levensbehoeften als het kopen van een maaltijd of het gebruik kunnen maken van douche en wc bleken niet meer vanzelfsprekend. Door samen op te trekken, lukte het brancheorganisaties en vakbonden om de nood deels te ledigen, maar goed voor het imago van het beroep is het gebrek aan respect dat spreekt uit deze maatregelen zeker niet.

Ver voor de coronacrisis stond het beeld van het vak van chauffeur al onder druk. Ondanks alle inspanningen om dat imago op te peppen met arbeidsmarktcommunicatie, blijven uitbuiting en sociale dumping beeldbepalend voor het nieuws. En daarbij, wie wil werken in een wereld waar de meeste collega’s uit Oost-Europa komen? Twintig jaar geleden maakte de landelijke en Europese politiek zich al zorgen over de ‘Willi Betz formule’. Het Duitse bedrijf was een van de voorlopers in Europa met een bestand van grotendeels Bulgaarse chauffeurs.

De meeste transportbedrijven durven de toekomst weer wat rooskleuriger in te zien nu de impact van corona zich steeds minder laat voelen. Toch voeren de werkgevers consequent onzekerheid en slechte economische vooruitzichten door corona aan als argument om stijging van de cao-lonen in te perken. Met het achterblijven van de cao-lonen snijdt de sector zichzelf in de vingers. Een andere manier om de aantrekkelijkheid van het beroep van chauffeur wezenlijk te verhogen, is er eigenlijk niet.