Afgelopen week werd bekend dat nu ook twee grote partijen in de supermarktdistributie gaan fuseren: Simon Loos en Peter Appel. Die aankondiging bracht concurrent Nedcargo direct tot een reactie, waarbij ze aangaven ‘een goed gevulde oorlogskas’ te hebben voor overnames op dit terrein. Ook zij vinden zichzelf ‘te klein voor het tafellaken en te groot voor het servet’. De markt lijkt zich op te maken voor een nieuwe consolidatieronde in de winkeldistributie, met als startsein de fusie van Simon Loos en Peter Appel.

Er wordt tegenwoordig steeds meer gevraagd van transporteurs. Simpelweg alleen goederen van A naar B kunnen brengen, is niet meer genoeg. Er worden door verladers hoge eisen gesteld aan kennis- en kapitaalintensieve diensten op het gebied van IT en duurzaamheid. Dat in combinatie met de sterke inkoopmacht van de supermarkten, waardoor de marges in de levensmiddelendistributie altijd zeer laag zijn, noopt de sector tot verdere consolidatie.

Op het eerste gezicht lijkt dat een goede ontwikkeling. De transportsector kan zo meer tegenwicht bieden aan de machtige inkopers bij de supermarkten, en er is meer kennis en kapitaal beschikbaar om te investeren in IT en zero emissie. Want er liggen behoorlijk wat uitdagingen op dat gebied. Tussen 2025 en 2030 zullen tientallen steden in Nederland een overgang hebben gemaakt naar zero emissiezones, waar diverse supermarkten onderdeel van uitmaken. Het vereist een sterke, innovatieve en kapitaalkrachtige vervoerder om daar chocola van te maken. Want de puzzel hoe we logistiek bedrijven in de zero emissiezones, is nog niet gelegd. Sommige softwarebedrijven zijn jaloers op de grootte van de groeiende IT-afdelingen bij de logistieke dienstverleners.

De vraag is wel wat dit betekent voor het logistieke landschap in Nederland. De traditionele transportbedrijven, opgericht door opa en oma van de huidige aandeelhouders, dreigen hierdoor op termijn te verdwijnen. Zoals in andere sectoren ook het geval is, denk maar aan autodealers, gaat de sector steeds meer naar een markt bestaande uit een paar hele grote landelijke spelers en een handjevol kleine lokale onderaannemers. Alles wat daar tussenin zit, zal noodgedwongen een keuze gaan maken. Een onvermijdelijke ontwikkeling, waarbij we straks alleen nog tafellakens en servetten zien.

Aan de ene kant verdwijnt hiermee de charme van het lokale mkb-familiebedrijf, dat zich op één bepaald gebied kan onderscheiden van de rest. Maar als dit leidt tot een efficiencyslag en een modernisering van de logistiek, is het iets waar Nederland als distributieland best trots op mag zijn. Zeker als dat vooruitstrevende en innovatieve nationale kampioenen oplevert.