Het is in Nederland een bekend principe in het passagiersvervoer. Zie de Arnhemse trolleybus. Het systeem heeft het voordeel dat hoge voertuigen voortdurend toegang hebben tot het stroomnet. Ook talloze trams en treinen rijden al jaren op deze manier probleemloos rond. Bovendien is de business case eenvoudig uit te rekenen; transporteurs betalen voor de geleverde stroom. De moderne vrachtauto kan uit de bovenleiding voldoende stroom putten om de last mile op een kleine accu voort te zetten.

Het vraagstuk voor zero emissie lange afstandsvervoer is nog lang niet opgelost. Batterij-elektrisch lijkt met de huidige technieken een onhaalbare kaart; het gewicht van de supergrote accu die nodig is voor de benodigde actieradius is veel te hoog. Ook zijn er nog grote vraagtekens bij het omzetten van stroom in waterstof om dat vervolgens in een vrachtauto weer naar elektriciteit om te zetten. Al die stappen kosten veel energie en het ziet er niet naar uit dat we erin slagen om de opwekking van deze energie in de komende tientallen jaren volledig milieuvriendelijk te doen. Dus dan komt er weliswaar geen uitstoot uit de uitlaat van de vrachtauto, maar wel bij de stroomcentrales.

De beste oplossing ligt hem in zero emissie vervoer (denk ook aan luchtkwaliteit) dat zo weinig mogelijk energie kost. Alleen dan kan er immers voldoende via zonnepanelen of windmolens worden opgewekt. En daar lijkt de trolleytruck uitermate geschikt voor. Er hoeven geen zware accu’s meegevoerd te worden omdat de stroomlevering continu is. Ook lijkt het haalbaar om voldoende bovenleidingen te plaatsen over de Europese doorgaande routes. Auto’s kunnen er gewoon onderdoor blijven rijden, waardoor niemand er last van heeft. De trolleytruck is immers een soort ‘tram op wielen’.

Toch zijn er ook nadelen. Waar de overheid bij batterij-elektrische trucks rustig achterover kan leunen tot de markt met oplossingen komt, zijn er bij de trolleytrucks hoge upfrontkosten nodig voor infrastructuur. Iemand zal daar miljarden in moeten pompen. Het wordt dan waarschijnlijk een publiek/privaat monopolie, net zoals bij stadsverwarmingssystemen. Er moeten dan wel goede langjarige afspraken gemaakt worden over maximale pricing.

Overigens experimenteert het OV in Nederland ook met een pantograaf. Daar heet het ‘opportunity charging’. Dit zorgt ervoor dat een lijn op een vast punt tussentijds kan opladen. Een erg grote batterij in de bus is hierdoor niet nodig, waardoor er meer ruimte overblijft voor de passagiers.

Kortom: zowel de Duitse proef met de trolleytruck als de Nederlandse OV-proeven met pantografen zijn erg interessant om te volgen. Er komen ongetwijfeld diverse kinderziektes bij deze systemen naar voren, zoals slijtage van de bovenleiding en de pantograaf door wrijving. Toch doen we er verstandig aan op meer paarden te wedden in plaats van te wachten op de ‘waterstof-economie’. Of simpelweg extra grote accu’s in voertuigen te stoppen. Want vanwege het hoge energieverbruik hebben dat soort oplossingen alleen zin als we 100% van onze stroom milieuvriendelijk opwekken. En dat lijkt vooralsnog een utopie.