Nederland telt 60.000 gelegenheden om te eten, drinken en overnachten. Hun drang om zich te onderscheiden leidt tot een ingewikkelde logistiek met veel kleine bestellingen die op uiteenlopende tijden geleverd moeten worden. Uit het rapport, geschreven door CE Delft in opdracht van de Topsector Logistiek, blijkt dat het beperken van die ritten het meest effectief is via een platform, maar alleen als dat platform ook de gecombineerde logistiek verzorgt. Het aantal ritten kan dan met de helft omlaag, rekenen de auteurs ons voor.

Er zijn grofweg twee smaken te bedenken voor een dergelijk platform. Een grote leverancier, die al een uitgebreid netwerk heeft, kan zijn distributie openstellen voor andere partijen. Een grote landelijke speler zou zo als extraatje voor de klant ook producten van lokale partijen kunnen bezorgen. De Sligro of Hanos die ook de streekproducten van de lokale boer bezorgt. Maar die lokale boer moet dan wel zin hebben om zich te binden aan deze groothandels, en daar wringt het. Een tweede mogelijkheid is dat nieuwe partijen de markt betreden met een platform waarvan verschillende leveranciers dan gebruik kunnen maken. De hamvraag is dan natuurlijk of de leveranciers voldoende toegevoegde waarde zien om zich aan te sluiten. Waarom zouden ze dit eigenlijk willen? Nog even los van de kwestie hoe een losstaand platform zichzelf moet gaan bedruipen.

Het idee van gecombineerde leveringen vanuit distributiehubs aan de rand van de stad is een vast onderdeel van vrijwel alle toekomstvisies voor een sterk verstedelijkt Nederland. Ook in bijvoorbeeld de bouw, de detailhandel en pakketbezorging wordt al jaren nagedacht over het slimmer maken van de stadslogistiek, maar er is geen enkel segment waar dit concept echt van de grond komt.

Toch ligt er een grote kans om het vervoer in de stad te verduurzamen. Niet door te wachten tot leveranciers uit eigen beweging samen distributiehubs vormen, maar door de prikkels goed in te richten – een vorm van lichte dwang dus. De invoering van zero-emissiezones is daarvoor op dit moment het beste instrument. Het is de bedoeling dat over vijf jaar 30 tot 40 gemeenten een uitstootvrije zone hebben voor bestelbussen en vrachtwagens. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten nog dit jaar moeten besluiten over het hoe en wat van een dergelijke zone. De analyse door CE Delft laat zien waar dat beleid toe kan leiden. Wanneer 40 steden hun zero-emissiezone hebben ingericht, ligt in de horecalogistiek een CO2-reductie van 74% voor het grijpen.

Al met al is het de vraag wat gemeentebesturen op dit moment aanmoeten met dit soort rapporten. In het geval van de horecalogistiek hebben zij te maken met ondernemers waar door corona de grond onder de voeten is weggeslagen. Of je ze nu met een wortel of met een stok benadert, de mogelijkheid om te investeren in emissievrije logistiek is er nu eenvoudigweg even niet.