President-directeur Allard Castelein zei bij de presentatie van de halfjaarcijfers dat het Havenbedrijf gaat onderzoeken of Rotterdam moet proberen om minder afhankelijk te worden van de relatie met Azië. Mogelijk voelde hij zich geprikkeld door de opmerking van zijn Antwerpse pendant, Jacques Vermeiren, die in zijn halfjaarbericht nog fijntjes stelde dat de Belgische haven ‘goed standhoudt in de Hamburg-Le Havre range doordat die in veel segmenten actief is en niet afhankelijk is van één continent’.

Het is mooi dat Rotterdam zo’n ijzersterke positie heeft in het voor Europa met afstand belangrijkste vaargebied voor de containervaart, maar 73% van het totaal lijkt wel erg veel van het goede. Het is daarom verstandig, en misschien wel harde noodzaak, om grondig te analyseren of er wellicht kansen liggen om het marktaandeel op andere bestemmingen uit te breiden en zo tot meer spreiding te komen.

Dat is overigens makkelijker gezegd dan gedaan. De ervaring leert dat verladers niet snel geneigd zijn om hun aanvoerroutes om te gooien zolang ze tevreden zijn over hun supply chains. Komt bij dat andere havens zich de kaas niet van het brood zullen laten eten. Vooral nu de mondiale economie zo onder druk staat, zullen concurrenten er alles aan doen om hun klanten tevreden te houden en te voorkomen dat ze gaan ‘lopen’.

Het is mooi dat de gevreesde coronadreun voor de Rotterdamse haven ten dele is uitgebleven. Een terugval van de overslag met 9% in de eerste helft van het jaar is weliswaar ongekend, maar blijft ver uit de buurt van de min 20 tot 30% waarvan sommigen in hun angstdromen uit waren gegaan. Te hopen valt dat in de tweede jaarhelft enig herstel optreedt, al stemmen de verspreiding van de coronapandemie over zo ongeveer de hele aardbol en allerlei lokale uitbraken in eerder getroffen gebieden niet bepaald optimistisch.

Wellicht dat de volkomen onverwachte toename van de containerafvoer naar Azië, met maar liefst 13,5 %, aanknopingspunten biedt. Wie zijn die mysterieuze exporteurs en/of importeurs en wat zijn hun plannen voor de tweede helft van het jaar? Het is niet verwonderlijk dat Castelein cum suis graag antwoord op dit soort vragen willen. Wel verwonderlijk is dat het Havenbedrijf drie weken na de afsluiting van de eerste jaarhelft nog ‘geen idee’ had. Een snelle enquête onder agenten, expediteurs en verladers zou toch op zijn minst een begin van een antwoord op moeten kunnen leveren. We zijn benieuwd.