Die heeft met grote meerderheid een motie aangenomen waarin het college van burgemeester en wethouders wordt gevraagd in gesprek te gaan met de vakbonden en de havenmeester over aanpassing van de zogenoemde Sjor Verordening. Initiatiefnemer Dennis Tak (PvdA) vindt dat de verplichting om het sjorwerk in de Rotterdamse haven door gespecialiseerde bedrijven uit te laten voeren, uitgebreid moet worden tot schepen onder de 170 meter. Daarbij gaat het voor het overgrote deel om shortsea- en feederschepen, die het sjorwerk tot nu toe door de opvarenden mogen laten doen.

De raad is het in meerderheid met de bonden eens dat dit tot gevaarlijke situaties leidt, onder verwijzing naar een aantal dodelijke ongelukken in de afgelopen jaren. Het door de bemanning laten sjorren is er in twee varianten. De eerste is varend, terwijl het schip dus nog niet vastligt, de andere is als het schip wel aan de kade is afgemeerd. Dat de eerste variant onveilig is, en dus verboden zou moeten worden, lijkt evident. Bemanningsleden die na een, veelal gehaaste, overtocht op een bewegend schip met zware sjorstangen in de weer moeten, dat is vragen om ongelukken.

Het is echter de vraag of hetzelfde geldt voor schepen die veilig aan de kade liggen. Reders betogen dat niemand de schepen en de aan boord gebruikte sjorsystemen beter kent dan de bemanning zelf en dat de inzet van externe sjorders de onveiligheid juist vergroot. Bovendien is de inzet van sjorbedrijven in de shortsea- en feedersector volgens hen nauwelijks te organiseren omdat de aantallen containers veel kleiner zijn dan aan boord van deepsea-schepen en omdat afwijkingen van vaarschema’s meer regel dan uitzondering zijn. Probeer maar eens tijdig een sjorploeg aan boord te krijgen van een bootje dat in een paar uur enkele tientallen containers komt lossen en dat ook nog eens herhaaldelijk uit zijn vaarschema is gelopen.

De vraag dringt zich op, waarom de Rotterdamse raad het gemeentebestuur niet verzoekt om ook met de betrokken scheepvaartbedrijven om de tafel te gaan. Die zijn om de genoemde redenen mordicus tegen een verbod op ‘zelflossers’. Het zou tot veel hogere kosten en zware vertragingen leiden en het shortsea- en feedervervoer zou er zelfs door kunnen vastlopen. Of het echt zo’n vaart loopt, is natuurlijk de vraag. Belanghebbenden hebben wel vaker de neiging om schadelijke effecten van dreigende verboden te overdrijven. Maar ze hebben wel het recht om gehoord te worden. Dat de gemeenteraad daaraan voorbij gaat, maakt de motie eenzijdig.