Nu blijkt dat het Antwerpse project om bouwmaterialen via binnenschepen tot vlak bij de binnenstad te krijgen, is mislukt vanwege gebrek aan belangstelling bij de aannemers. Zij gebruiken liever de vrachtauto.

Het is immers nog altijd het meest eenvoudig om bouwmaterialen just-in-time via vrachtauto’s naar de bouwplaats te transporteren. Ook al staan ze even in de file en creëren ze luchtvervuiling, het weegt voor de aannemer nog altijd niet op tegen de extra overslagmomenten die nodig zijn om de lading op een binnenschip te krijgen. Bovendien kost de CO2-uitstoot van een vrachtauto in de stad geen cent extra ten opzichte van een snelwegkilometer. En via de weg kan iedere leverancier zelf een wagen met spullen sturen, zodat er geen afstemming nodig is om lading te bundelen voordat het op een binnenschip kan.

Een extra belemmering in het Antwerpse geval is, dat een binnenschip nooit direct op de plaats van bestemming kan komen, en er dus voor de last mile alsnog vrachtauto’s ingezet moeten worden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de aannemers hier geen trek in hadden. Bovendien wordt zo een extra afhankelijkheid gecreëerd. De aannemer kan zijn leverancier er niet meer op aanspreken als bouwmaterialen vanwege de extra overslag op het binnenschip een dag te laat zijn geleverd.

Ook in Nederland blijkt het in de praktijk, ondanks een paar pilot-projecten, nog best lastig om dergelijke bouwhubs op te schalen naar grootschalig gebruik. Overigens wordt er hier meestal voor gekozen om de goederen af te laten leveren bij een bouwhub aan de rand van de stad, waarna ze gebundeld per vrachtauto naar de bouwplaats gereden worden. Hiermee wordt in ieder geval het aantal transportbewegingen (met lucht) in binnensteden gereduceerd. Toch zijn steden waar dergelijke bouwhubs zijn gemaakt nog op één hand te tellen. Zeker als het gaat om gezamenlijke hubs waarvan meerdere bouwers gebruik maken.

Om dergelijke projecten écht te kunnen laten slagen, moet de prijs van binnenstedelijk transport omhoog. Die is kennelijk nog laag genoeg om een vrachtwagen voor een paar kozijnen de binnenstad in te sturen. Want gemak mag ook wat kosten. Pas als de vervuiler écht betaalt, bijvoorbeeld via vergunningen om een binnenstad in te mogen met een (diesel)vrachtwagen, zal er een fundamentele verandering kunnen plaatsvinden. En gaat de sector op zoek naar alternatieven. Dat hebben de Antwerpenaren nu ook ondervonden.