De bank verwoordde hiermee een tegengeluid. Dit sentiment leeft ook onder veel transportondernemers. Ze willen graag verduurzamen en voelen de maatschappelijke druk, maar zitten klem vanwege de lage verdiensten en het huidige gebrek aan serieuze elektrische trucks.

We krijgen het in Nederland op dit moment nog niet eens voor elkaar om het wagenpark met personenauto’s te elektrificeren. Er worden immers nog altijd meer diesel- en benzineauto’s verkocht dan elektrische. Terwijl daar al redelijk bruikbare oplossingen voor zijn.

Immers, 95% van het woon-werkverkeer is met een range van tweehonderd kilometer uitstekend te doen. In tegenstelling tot een zware-ladingrit met een vrachtwagen. Hoe kunnen we dan aan de transportsector vragen om nu al zoveel mogelijk over te stappen op zero emissie via voertuigen die nog niet eens op papier bestaan?

De enige oplossing is inderdaad een sterke financiële prikkel of duidelijke wetgeving van de overheid. Als die besluit om per 2030 géén enkel voertuig op diesel meer toe te staan op de Nederlandse wegen, zal de wal het schip keren. Maar dat betekent wel dat nu al een duidelijk signaal moet worden afgegeven. Want om een voertuig te kopen en dat in een paar jaar al te moeten afschrijven, is natuurlijk ook niet echt duurzaam. Ook zal dit van enorme invloed zijn op het volume van de transportsector en kostenmodellen van verladers (lees: onze concurrentiepositie).

Uiteindelijk zal de soep niet zo heet gegeten worden als opgediend. En start de overheid eerst rustig met een zero-emissieverplichting in binnensteden. Dat leidt wellicht tot de komst van hubs of specialistische logistieke dienstverleners die de lading met elektrische vrachtwagens naar hun eindbestemming in de binnenstad rijden. Zwaar transport dat nog niet mogelijk is met e-trucks, zal jaarlijks een ontheffing kunnen aanvragen.

Het is goed voor de discussie dat er kritische tegengeluiden te horen zijn. Want het lijkt er soms op dat mensen denken dat het rijden op diesel een ‘keuze’ is van de transportsector  in plaats van ‘noodzaak’. Een beetje realiteitszin kan hierbij geen kwaad. Er gebeurt namelijk veel op het gebied van samenwerkingen en modal shifts, wat nu al milieuwinst oplevert. Maar het grootste deel van het transport moet in de huidige ketens nog altijd over de weg. Bovendien zijn de binnenvaart en het spoor op veel plaatsen nog helemaal niet berekend op veel grotere volumes.

Het wachten is op de industrie die vrachtwagens kan leveren die een grote range hebben en in korte tijd op te laden zijn. En dat de overheid sterke financiële prikkels instelt om daar ook op over te stappen. Maar waarschijnlijk duurt dat een stuk langer dan we zouden willen.

Tijdens Prinsjesdag heb ik overigens geen enkele minister of staatssecretaris gezien die met een volledig elektrische auto arriveerde. Terwijl die er toch allang zijn. De bewindslieden, die ervoor verantwoordelijk zijn dat we de doelstellingen van Parijs halen, gebruiken hoogstens een hybride benzineslurper als de BMW 740e. Juist, hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen.

Lees ook: Rabobank: ‘Koop nu nog geen elektrische vrachtwagen’