De wereldwijde coördinatie was in handen van de internationale politieorganisatie Interpol en aan Europese kant in die van Europol. Zelfs de VN was erbij betrokken in de persoon van Erik Solheim, directeur milieuzaken. Dat is niet zo gek want het verbod op het vervuilen van de wereldzeeën is geregeld in het bekende Marpol-verdrag, wat staat voor Maritime Pollution. Dat is een VN-verdrag, dat sinds 1983 van kracht is en sindsdien gestaag is uitgebreid.

De cijfers klinken indrukwekkend, maar weerspiegelen tevens een probleem. 276 diensten in 58 landen, gemiddeld bijna vijf per land dus, klinkt als versnippering en dus niet erg efficiënt. En meer dan 5.000 inspecties in een maand tijd lijkt heel wat, maar stelt op een wereldvloot van enkele tienduizenden schepen eigenlijk niet zo heel veel voor. Bovendien is het merendeel van de inspecties, bijna tweederde van het totaal, in Europese wateren uitgevoerd. In de rest van de wereld vonden slechts een kleine 2.000 controles plaats.

Interpol-chef Jürgen Stock stelt dat knoeiers niet moeten denken dat ze geen echte misdaad plegen als ze, bijvoorbeeld, een partij met olie vervuild waswater lozen of vuilnis van de bemanning overboord zetten. Terecht zegt hij dat maritieme verontreiniging wereldwijd gezondheidsrisico’s veroorzaakt en duurzame ontwikkeling ondermijnt. De inmiddels beruchte plasticsoep, voor een deel afkomstig van schepen, is daarvan slechts een voorbeeld.

Op papier is het allemaal prima geregeld. Het Marpol-verdrag is een lijvig boekwerk, dat zeer gedetailleerd omschrijft wat wel en niet mag. Het kent bovendien een zeer hoge dekking; de landen die het hebben geratificeerd hebben meer dan 99% van de wereldvloot in handen. De handhaving is echter een heel ander verhaal. De VN heeft geen opsporings-, laat staan vervolgingsbevoegdheid. De controle op de naleving is dan ook in handen van nationale overheden. Dat verklaart het grote aantal landen en diensten dat bij de internationale politieactie was betrokken.

Het is goed dat die actie is gehouden, maar er valt nog veel te verbeteren. In Europa is de opsporing van maritieme milieucriminaliteit via het systeem van Port State Control gemiddeld al een stuk beter geregeld dan in de meeste andere werelddelen. Het probleem van zeescheepvaart is nu eenmaal dat die zich aan het zicht van het publiek, en deels ook aan dat van toezichthouders, onttrekt op het moment dat een schip een haven uitvaart. Meer structurele en geografisch beter gespreide controle is dan ook dringend noodzakelijk. Anders gezegd: de pakkans moet omhoog.