Dat is in de eerste plaats Havenbedrijf Rotterdam, dat de enorme schoonmaakoperatie optuigde en organiseerde. Verder zijn het de eigenaren van zo’n twintig zeeschepen en tachtig binnenschepen, die wettelijk verplicht gereinigd moesten worden alvorens verder te mogen varen. Een derde categorie vormen de terminals, die hun steigers en oeverbescherming onder de teerachtige smurrie aantroffen.

Topman Allard Castelein van het Havenbedrijf verwacht dat de totale rekening uiteindelijk zal oplopen tot rond de tachtig miljoen euro. Niet voor niets stelde de havenbeheerder de Noorse rederij Odfjell, die de ‘Bow Jubail’ exploiteert, vrijwel direct aansprakelijk voor alle kosten. Maar nu blijkt dat Odfjell het schip alleen huurde en dat de eigenaar het Saoedische National Chemical Carriers (NCC) is. Dat is weer onderdeel van de tankerrederij Bahri, de voormalige National Shipping Company of Saudi Arabia. De vraag wie (het meest) aansprakelijk is, zal ongetwijfeld juridisch worden uitgevochten.

Aansprakelijkheid

Deze bepaald niet armlastige clubs beroepen zich nu op de middels internationale verdragen vastgelegde befaamde beperking van hun aansprakelijkheid, die in dit geval maximaal zeventien miljoen euro zou opleveren. Daarmee dreigen ze de getroffen partijen voor zo’n zestig miljoen te duperen. De Rotterdamse gemeenteraad staat op zijn achterste poten en wil dat het Havenbedrijf en het college van B en W alles uit de kast halen om de schuldigen toch tot betalen te bewegen.

Juristen geven dergelijke pogingen geen schijn van kans en wijzen erop dat reders nu eenmaal het recht hebben zich te beroepen op beperking van hun aansprakelijkheid. Ze hanteren daarbij het achterhaalde argument dat zonder die beperking de risico’s onverzekerbaar worden en dat vervoer over zee de facto onmogelijk zou worden.

Antieke regeling

Ze gaan daarbij echter voorbij aan het feit dat het om een antieke, uit het tijdperk van zeil en stoom daterende regeling gaat. Die beschermt de reders, maar gaat grotendeels voorbij aan maatschappelijke belangen. Onder meer door technische vooruitgang en verbeterde regelgeving zijn de ongevalsrisico’s de afgelopen decennia spectaculair gedaald. Niet toevallig is het olielek van de ‘Bow Jubail’ veruit het ernstigste milieu-incident in Rotterdam in meer dan tien jaar.

Natuurlijk blijven risico’s nog wel verzekerbaar als potentiële claims veel hoger kunnen uitvallen. De premie moet dan, mogelijk fors, omhoog. Maar dat hoeft geen enkel probleem te zijn. Reders kunnen die relatief bescheiden kostenpost gewoon verrekenen in hun tariefstelling en verladers kunnen de meerkosten in hun producten doorberekenen. Dat leidt uiteindelijk tot een, waarschijnlijk nauwelijks merkbare, stijging van consumentenprijzen en een veel betere balans tussen de belangen van reders en die van de samenleving.

Onacceptabel

Het is, kortom, de hoogste tijd dat het in eeuwen tot stand gebrachte bouwwerk van aansprakelijkheidsbeperking op de schop gaat. Mocht het al niet helemaal omgehaald kunnen worden, dan moeten op zijn minst de limieten verveelvoudigd worden. De Rotterdamse gemeenteraad heeft het gelijk volledig aan zijn zijde: het is onacceptabel dat grote spelers als Odfjell en Bahri zich er met een fooi af kunnen maken en de gemeenschap met de ellende opzadelen. De beperking van de aansprakelijkheid moet dringend beperkt worden.