Het lijkt erop dat ook Nederlandse koopvaardijschepen straks bewapende particuliere beveiligers aan boord mogen nemen om op hun wereldreizen opvarenden, lading en schip te beschermen tegen piraten.


Er lijkt zich een meerderheid in de Tweede Kamer af te tekenen voor het initiatief-wetsontwerp van VVD en CDA dat in bewapende particuliere beveiliging voorziet. Een kamerdebat hierover, afgelopen dinsdag, geeft redersvereniging KVNR zelfs aanleiding tot een vrolijke tweet. De Kamer heeft ‘een positief signaal afgegeven dat onze zeevarenden niet in de steek worden gelaten’.

Gelukkig wacht de KVNR de stemming ‘nog wel even af’. De beer is immers nog lang niet geschoten. Het plenaire debat over de ontwerp-Wet ter Bescherming Koopvaardij is zelfs nog niet verder dan de eerste termijn. De initiatiefnemers, Han ten Broeke en Martijn van Helvert, kregen een spervuur van vragen van cruciale scheepvaartwoordvoerders over zich heen en mogen een reeks amendementen verwachten. Hun ontwerp zal, bij aanname door de Tweede Kamer, nog door de Eerste Kamer moeten worden geloodst.

Dat de eerste bewapende beveiligers dit jaar al aan boord kunnen stappen van Nederlandse koopvaardijschepen is allerminst zeker. De voorwaarden waaronder dit kan gebeuren, zijn in het ontwerp vrij nauwkeurig omschreven. De Nederlandse vloot dient in beginsel een beroep te doen op de ‘vessel protection detachment’-steun (‘VPD’) van de Koninklijke Marine, tenzij die door welke omstandigheid ook niet beschikbaar is.

Daarbij kan het gaan om de kosten van de inzet van militairen, de beschikbaarheid van voldoende ruimte aan boord om hen een tijd te laten meereizen op het schip, en om geografische aangelegenheden. De piraterij, waarbij schepen en bemanning worden gegijzeld en soms gekidnapt, strekt zich steeds verder uit buiten de kustwateren, waarover marineschepen ook minder controle hebben.

Schepen onder Nederlandse vlag zijn voor bescherming in onveilige wateren nu volledig aangewezen op steun van de Nederlandse vloot, of van internationaal samenwerkende marines (de Atalanta-operatie van de EU, NAVO-operaties). Dat berust op het rechtsbeginsel dat een Nederlands schip, waar het zich ook bevindt, Nederlands grondgebied is en dat de Nederlandse overheid het ‘geweldsmonopolie’ heeft, net als op het land. In de meeste ons omringende landen is op dit geweldsmonopolie een uitzondering gemaakt, door particuliere bewakers toe te staan op de wereldzeeën zelfs zware bewapening in te zetten.

Dat plaatst de Nederlandse koopvaardijvloot op grote achterstand. Reders kunnen hun schepen uitvlaggen naar registers die zware particuliere beveiliging goedkeuren. Vrijwel de hele Tweede Kamer beschouwt dit als een onwenselijke situatie. De meeste partijen zijn dan ook bereid op het geweldsmonopolie (de kleine christelijke partijen ChristenUnie en SGP verwezen in het debat naar de ‘zwaardmacht’ uit het bijbelboek Romeinen) in bijzondere gevallen een uitzondering te maken. Deze partijen lijken overigens onder strikte condities in dit geval van dat bijbelse – en grondwettelijke – voorschrift af te wijken.

Wat de zwaardmacht waard is, heeft de historie ons voldoende geleerd. Geweld is ongeveer de meest geprivatiseerde sector in onze samenleving. Het gaat de Kamer nu om de controle op toegelaten geweld in noodgevallen, zoals een dreigende entering van een koopvaardijschip door piraten, die zich vaak niets ontziend toegang aan boord proberen te verschaffen. Deze controle zal in het vervolg van het Kamerdebat de hoofdrol spelen.

Terecht. In controle voorziet ook de initiatiefwet, maar op wens van de Kamer zal deze nog verder worden opgetuigd. Er kan zich dan een duidelijke meerderheid aftekenen, die ook op de Eerste Kamer misschien indruk maakt. Maar voor blijde tweets van rederszijde is de tijd nog niet rijp. We moeten inderdaad ‘de stemming nog even afwachten’.