De Fransen hebben bij hun laatste presidentsverkiezingen met hun stem voor Emmanuel Macron misschien niet in één adem ‘ja’ gezegd tegen de Unie. Maar wel hebben ze massaal stelling genomen tegen de populistische bewering van Marine le Pen, die erop neerkomt dat alle kwaad aan de Unie is toe te schrijven en dat we die Unie beter de rug kunnen toekeren.

Een naïeveling zou dus verwachten dat de dames en heren Europolitici, bruisend van nieuw elan, daags na de Franse uitslag in de straten van Brussel konden worden aangetroffen, links en rechts hun zegje doende over de werkelijke vernieuwing die ze de instellingen van de Unie zouden inblazen. Er moet immers iets gebeuren om de Europese statengemeenschap met het gezicht naar de toekomst te richten en de rol ervan te verdiepen, zonder haar invloed op steeds meer terreinen verder te verbreden.

Op veel populistische boodschappers zijn we misschien in meerderheid niet dol, maar een deel van hun boodschap moeten we allemaal serieus nemen. De Unie is zich met te veel onderwerpen gaan bemoeien waarmee regeringen op lager niveau ook wel overweg kunnen. De organen zijn te log, ambtsbekleders vaak nauwelijks zichtbaar, Europarlementariërs, bewust van hun gebrek aan echte macht, te stil in hun enorme, vrijwel verlaten vergaderzalen.

Europa is goed gebleken in het decreteren, het uitvaardigen van Verordeningen en Richtlijnen. Vergeten is dat op de uitvoering daarvan in alle lidstaten grondig toezicht moet worden georganiseerd. Dat bewijst het dossier ‘social dumping’ in de logistieke sector. In wezen zijn de regels op dit punt duidelijk, en waar ze dat niet zijn, hadden ze allang kunnen zijn toegespitst en bijgepunt. Maar daarmee zijn de Commissarissen in Brussel nu al tijden bezig, en opschieten doet het allemaal niet.

Als lidstaten het over de principes eens zijn, welk belang kunnen ze er dan bij hebben de toepassing ervan te laten verslonzen? De schuld aan de slechte voortgang van het project-Europa ligt hier voor een belangrijk deel bij de lidstaten. Veel ervan zien de Europese Unie als een à la carte-restaurant, waar je je eigen maaltijd samenstelt. Dat is de Unie niet: zij biedt de gasten een table d’hôte-diner aan. Smaakt die maaltijd op een slechte dag eens niet: morgen worden nieuwe gerechten geserveerd, die wél bevallen.

De aanpak van de sociale dumping in het wegvervoer zou een perfect dossier kunnen zijn om de wereld te tonen dat het de Unie nog niet geheel aan elan ontbreekt. Weg met uitbuiting en achterstelling, met oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden! Op naar een toekomst waarin arbeid naar waarde wordt beloond, volgens de normen van het land waar de arbeid wordt geleverd! Commissie-voorzitter Jean-Claude Juncker zou er zichzelf voor in de strijd moeten gooien. Helaas moet men haast wel naïef zijn om hierin te geloven. Ook deze kans om toekomstgerichtheid en doortastendheid te tonen, zal de Unie vermoedelijk voorbij laten gaan. En hoeveel Le Pens liggen er nog op de loer?