Voor alle duidelijkheid, het gaat hier om bruggen over vaarwegen. Binnenvaartschippers zouden graag zien dat een aantal bruggen wordt verhoogd, zodat zij er ongehinderd volbeladen onderdoor kunnen varen. Dat is vooral belangrijk voor containervervoerders, die de laadhoogte de afgelopen jaren flink hebben zien toenemen door het groeiende gebruik van de hogere high cube containers.

De onverbloemde conclusie van Arcadis moet het Centraal Overleg Vaarwegen (COV) rauw op het dak zijn gevallen. Dit platform van de logistieke sector, vervoerders en aannemers lobbyt immers al jaren om die bruggen nu juist wel hoger te krijgen. Grote spelbreker vormen echter de kosten, die in sommige gevallen astronomisch zijn. Iedereen begrijpt dat je de verhoging van de spoorbrug bij Nijmegen, à raison van een ruime half miljard euro, niet terugverdient met gemiddeld iets beter beladen containerschepen.

Arcadis heeft dat nu in opdracht van minister Schultz haarfijn op een rijtje gezet in een zogenoemde maatschappelijke kosten/batenanalyse, ofwel een mkba. Daarin worden alle kosten en opbrengsten, ook van bij voorbeeld natuurbaten en modal shift, in euro’s gewaardeerd en tegen elkaar afgewogen. De uitkomst wordt uitgedrukt in netto contante waarde en een kosten/batenverhouding. Die cijfers blijken voor de meeste vaarroutes onthutsend. Wat bijvoorbeeld te denken van de route Rotterdam–Duitsland, waar diezelfde brug bij Nijmegen verantwoordelijk is voor het grootste deel van de negatieve contante waarde van 517 miljoen en een kosten/batenverhouding van 0?

Gelukkig zijn niet alle uitkomsten van de studie zo negatief. Zo rolt er voor de Schelde-Rijnverbinding bij hoge economische groei een kosten/batenratio uit van 0,95, wat betekent dat een geïnvesteerde euro 95 cent oplevert. Nog steeds te laag, maar mogelijk dat die verhouding met een aantal ‘optimalisaties’ alsnog boven de vereiste grens van 1 is te krijgen. Niet voor niets heeft minister Schultz deze verbinding geselecteerd als een van de vier die nader worden onderzocht. Het COV is zo slim om daar op aan te haken en verzoekt de minister maar meteen om dat project met voorrang uit te voeren en daarvoor geld vrij te maken. Concreet gaat het om een investering van iets meer dan 250 miljoen in onder meer een hogere Moerdijk- en Kreekrakspoorbrug.

Gezien het feit dat de langlopende planning voor investeringen in infrastructuur, het MIRT in Haags jargon, al voor jaren is volgeboekt, moet dat pleidooi niet als bijzonder kansrijk worden bestempeld. Maar daarbij speelt nog iets. Volgens Arcadis slaat de helft van de voordelen van dit project neer in het buitenland, lees België en in het bijzonder Antwerpen. De route wordt immers intensief gebruikt voor containertransport tussen Rotterdam en Antwerpen. Volgens het COV moeten we dat ruim zien: ‘De Nederlandse economie heeft een rechtstreeks belang bij een florerende haven van Antwerpen.’ Die stelling wordt verder niet onderbouwd en lijkt op zijn minst gewaagd. Een ding is zeker: de Nederlandse economie heeft meer belang bij een florerende Rotterdamse haven. Misschien is het daarom een idee om België om een bijdrage te vragen? Dat zou immers onmiddellijk leiden tot een betere kosten/baten-verhouding en de haalbaarheid dus sterk vergroten. Daarvan zouden behalve de binnenvaart ook Rotterdam en Antwerpen profiteren. Een win-win-winsituatie dus…