Een ‘andere beprijzing’ van het weggebruik naar tijd en plaats, en zo mogelijk ook naar de milieu-eigenschappen van het voertuig, is goed tegen files, goed voor het milieu en goed voor de economie. Maar dan moet die tol wel door elke automobilist worden betaald, zegt Van Eijck, en niet alleen, zoals in ons omringende landen, door het wegvervoer.

Nederland was eind vorige eeuw vergevorderd met plannen voor een tol die rekening houdt met de werkelijk gereden afstand. Daar kwam een einde aan tijdens het kabinet-Rutte I. De VVD, die voorheen niet onwelgevallig tegenover een heffing stond, veranderde van standpunt, mede uit vrees dat de heffingskosten veel te hoog zouden uitpakken. De ‘andere beprijzing’ ging van de ene dag op de andere in de diepste bureaula die op het Binnenhof en omgeving te vinden is.

Daarmee spatte ook het maatschappelijk draagvlak uiteen, waaraan wijlen Paul Nouwen, de oud-topman van de ANWB, zo verdienstelijk had gewerkt. Hij had een brede kring van voorstanders van een eerlijke beprijzing van automobiliteit om zich heen verzameld, waarin de milieubeweging, de eigen ANWB, RAI Vereniging en nog een hele reeks organisaties in een goede sfeer over de details van de heffing discussieerden.

Ook Transport en Logistiek Nederland was van de partij. Deze organisatie stelt nog steeds als voorwaarde dat de tol dan wel voor alle weggebruikers moet gelden, maar dat principe werd gedeeld door de milieuorganisaties. Laat je alleen de vrachtauto betalen dan laat je een groot deel van de vervuilers buiten schot en doe je ook weinig tegen de files.

Eigenlijk is dat ook niet eerlijk tegenover oma Jansen (83) uit Rodeschool. Zij betaalt, voor die paar ritjes per maand naar de supermarkt, de volle mep aan wegenbelasting en heeft ook de aanschafbelasting voor haar auto moeten afdragen. Veel schade aan weg en milieu veroorzaakt ze echter niet. De veelrijders, die dat wel doen, betalen maar een fractie meer dan oma Jansen, namelijk de brandstofaccijns.

Met het wegvallen van het draagvlak van Paul Nouwen zijn de vroegere voorstanders van de heffing weer tegenover elkaar komen te staan. Automobiliteit in zijn huidige vorm is voor de milieubeweging weer vooral een maatschappelijk schadelijk verschijnsel geworden. En de automobilist? Die voelt zich, niet ten onrechte, de melkkoe van de overheid.

Dat een kilometerheffing een middel tegen files is, wordt niet door alle deskundigen onderschreven. Toch is het een logische stelling. Een heffing naar tijd en plaats zal zeker een deel van de autobezitters voor de vraag stellen of ze nu per se op het drukste uur van de dag de drukste weg moeten oprijden. In België hekelt het wegvervoer de nu ingevoerde tol, omdat de personenauto niet aan het systeem meedoet en de files dus nauwelijks afnemen.

Het huidige kabinet heeft, wars van kilometerheffingen, vooral geïnvesteerd in meer wegen om het filevraagstuk aan te pakken. Heel wat van die investeringen waren ook dringend nodig. Maar toen die nieuwe wegen er lagen, was de crisis voorbij en nu zitten we opnieuw langer in de file. Een volgend kabinet, van welke samenstelling ook, zou nog eens eerlijk en onbevangen naar de voordelen van een kilometerheffing moeten kijken.