De verlader, als opdrachtgever tot het vervoer, wil dikwijls niet of niet voor het volledige bedrag opdraaien voor de kilometerheffing die nu in België is ingevoerd. Het blad Truck & Business liet een aantal wegvervoerders aan het woord en kwam tot de conclusie dat slechts in de helft van de gevallen de klant de nieuwe tolkosten integraal op zich neemt.

In veel andere gevallen wordt de wegvervoerder afgescheept met een vergoeding die slechts een deel van de tolkosten dekt. Er zijn ook verladers die elke vergoeding weigeren en zich op het standpunt stellen dat de vervoerder zelf binnen zijn kostenstructuur maar naar compensatie moet zoeken. Maar bij de meeste vervoerders is de rek er intussen allang uit.

Bedriegen de voortekenen ons niet dan dreigt dit jaar onder Belgische wegvervoerders een waar bloedbad. Dit door een combinatie van factoren. We hebben dus de tol, maar bijvoorbeeld ook de zeer trage betaling door de opdrachtgever van de ingediende transportfacturen. Dat betekent dat de vervoerder met een forse rentelast wordt opgezadeld. Zelf moet deze de binnenkomende rekeningen – brandstof, de leasesom van vrachtauto’s, het loon van zijn personeel, de kosten van behuizing – veelal stipt op tijd voldoen, maar op de eigen beloning kan de vervoerder veel langer wachten dan de officieel overeengekomen betalingstermijn.

We zien niet voor ons dat een wegvervoerder om die reden het faillissement van zijn/haar opdrachtgever aanvraagt. De neiging zal groter zijn om de lonen waar mogelijk op de nullijn te houden, nog maar eens een extra rondje te bezuinigen of bijvoorbeeld het onderhoud van het materieel te verwaarlozen. De nadelen daarvan zijn evident: ontevreden personeel en een vrachtautopark dat op termijn alleen maar meer kost en mogelijk ook minder oplevert, omdat opdrachtgevers het niet op prijs stellen dat ze niet met het modernste en best onderhouden materieel worden bediend.

Het Belgische wegvervoer zit, door de nieuwe kilometerheffing, misschien nog veel meer dan het Nederlandse, in een vicieuze cirkel. Dat wegvervoerorganisaties de overheid vragen om bij te springen met lastenverlagingen is een logische reflex. Van dat front hebben we overigens nog weinig vernomen. De federale overheid heeft, evenals de gewesten, de bedrijfstak wel ‘flankerende maatregelen’ beloofd, maar deze belofte nog niet gestand gedaan. Van het weinige wat is toegezegd wordt de branche niet beter.

Waar het wegvervoer wel beter van wordt, is van verdere professionalisering. Daar hoort ook bij dat je een goede selectie maakt van klanten die je wel en klanten die je niet wilt behouden. Menige ondernemer weet nog altijd niet welk deel van de klantenkring structureel aan de rentabiliteit bijdraagt en welk deel die alleen maar verder uitholt. De vervoerder moet bijvoorbeeld nee durven verkopen aan opdrachtgevers die weigeren aan de dieselkosten of de kilometerheffing mee te betalen. Dat kost orders, maar op lange termijn ondermijnen die orders het voortbestaan van het bedrijf.

Wat de verladers aangaat die niet voor de tolkosten willen opkomen: ze zetten de toekomst van hun dienstverlener op het spel. Binnen een goede relatie gaat men zo niet met elkaar om. En is van zo’n relatie geen sprake, maar gaat het om een toevallige opdracht, dan is het voor de vervoerder een idee toch maar een deurwaarder in de arm te nemen.