De zuidelijke deelstaten Baden-Württemberg en Beieren hebben een hoogwaardige en bloeiende industrie, die meer en meer geneigd is bij uitbesteding ook buitenlandse bedrijven aan de bak te laten komen. Daar moet ook Nederland op inspelen.

Een toename van de handel met die deelstaten leidt bovendien tot meer transport in beide richtingen. Daar liggen dus ook mooie kansen voor de Nederlandse logistieke sector om met volle containers onderdelen naar het zuiden te gaan en met volle containers te exporteren eindproduct naar Rotterdam.

De bank heeft gelijk, maar het is een oud verhaal. Vrijwel alle Nederlandse export naar Duitsland gaat van oudsher naar het Ruhrgebied en wijde omgeving. Slechts een beperkt deel zakt langs of over de Rijn naar het diepe zuiden af. Dat was decennialang zo en het zal niet snel veranderen.

Wat de doorvoer betreft vervullen de ‘westhavens’, zoals Rotterdam en Antwerpen, ook voor slechts een deel van Duitsland, hoofdzakelijk weer het westen, een functie. Voor het noorden, oosten en zuiden zijn dat de Noord-Duitse zeehavens. Die zijn met het midden en zuiden van ons buurland ook door veel meer spoordiensten verbonden.

Aan dat laatste wordt tegenwoordig wel iets gedaan. Er zijn recentelijk verscheidene initiatieven ontplooid om eigen verbindingen tot stand te brengen tussen Rotterdam, Antwerpen en meer zuidelijke bestemmingen in Duitsland. Maar dit gaat niet van de ene dag op de andere. Een beperkende factor hierbij is dat voor voldoende ladingaanbod in beide richtingen moet worden gezorgd. ING spreekt van een ‘onbalans’ in de Nederlandse handel met Duitsland. Die onevenwichtigheid in transportstromen heen en terug moeten we vooral niet verder vergroten.

ING benadrukt dat we de relatie met Noordrijn-Westfalen vooral niet moeten verwaarlozen. Daar hoeft de bank niet bang voor te zijn. In deze westelijke deelstaat, die weliswaar onderaan bungelt op het lijstje van goed en slecht presterende ‘Länder’, wonen evenveel mensen als in Nederland, die evenveel verdienen en evenveel te besteden hebben. Nederlandse bedrijven zullen deze belangrijkste buitenlandse markt, goed voor 40% van onze export naar Duitsland, nooit links laten liggen.

In logistiek opzicht worden de banden tussen dit deel van Duitsland en Nederland zelfs steeds hechter. Zo ziet Duisburg, de grootste binnenhaven van Europa, Rotterdam (en Antwerpen) als natuurlijke partner. Dat heeft uiteraard ook weer te maken met de enorme rol die de binnenvaart speelt in het vervoer tussen Nederland en de westelijke delen van Duitsland.

Maar ‘meer halen uit Duitsland’ is een welkom advies tegen luiheid. De Nederlandse toeleverende sector staat er niet alleen in Noordrijn-Westfalen heel goed op en dat moeten we dan ook uitbuiten. Handelsmissies, zoals onlangs die naar Beieren, zijn daar een prima middel toe, maar uiteindelijk moet het komen van de marketeer met het monsterkoffertje. En met, in diens kielzog, de logistieke sector.

Bijzondere eisen: een vloeiende beheersing van het Duits en liefst een mondje Beiers.