Zo ook EVO, TLN en Fenedex in hun schrijven aan premier Rutte en staatssecretaris Dijkhoff, waarin ze aandringen op spoedoverleg over de problemen voor de transportsector aan de Europese binnengrenzen als gevolg van de zich uitbreidende controles. Ze rekenen voor dat 5% krimp van de 310 miljard euro jaarlijkse export naar EU-lidstaten de Nederlandse economie 15,5 miljard per jaar zou kosten.

Die rekensom klopt als een bus en die konden we ter redactie ook maken. Alleen zeggen de belangenbehartigers helemaal niet dat te verwachten is dat de Nederlandse export zo’n opdoffer zou krijgen bij meer grenscontroles, ze doen slechts een rekenkundige exercitie. Daar is op zichzelf ook niet zoveel mis mee. Waar het vooral om gaat is om bij het grote publiek, lees: de kiezers, tussen de oren te krijgen dat de roep om meer grenscontroles tot allerlei onbedoelde en ongewenste effecten kan leiden. Zoals directe schade voor transporteurs en indirecte schade voor exporteurs.

Daarover trekken ze terecht aan de bel in wat bij nadere beschouwing een hele vriendelijke brief blijkt te zijn. Tot maar liefst drie keer toe spreken de belangenclubs hun begrip en waardering uit voor de pogingen van het kabinet om tot een Europese aanpak van de grensproblematiek te komen en om grenscontroles in eigen land zo veel mogelijk te vermijden. Curieus is dan ook dat die diplomatieke taal gevolgd wordt door voorstellen voor een aantal opmerkelijke maatregelen, die vooral een technisch karakter hebben. Daarbij gaat het om aparte rijstroken voor het vrachtvervoer, vrije doorgang voor bedrijven die zelf aantoonbaar voorzorgsmaatregelen nemen tegen illegale grensoverschrijding door vluchtelingen en de inzet van slimme en snelle infrascans.

Vooral die voorstellen kregen veel aandacht in de landelijke media, maar bij het realiteitsgehalte daarvan kunnen de nodige vraagtekens gezet worden. Ziet u zichzelf in uw auto aan de grens bij Venlo al op de linkerbaan in de file staan terwijl rechts de vrachtauto’s vrolijk voorbij toeren? En hoe gaan transporteurs die de grens over willen, aantonen dat ze geen verstekelingen aan boord hebben als ze verder niet gecontroleerd worden? En dan die ‘snelle en slimme scans’. Klinkt mooi, maar is het kabinet bereid de portemonnee te trekken voor de invoering van dit soort nieuwe technologie? En hoe betrouwbaar is die dan eigenlijk? En gaat daar niet een heel proces van testen en certificering aan vooraf?

Bovendien heeft TLN een punt met zijn stelling dat kiezen voor dit soort technische oplossingen in feite de erkenning inhoudt dat Schengen een gepasseerd station is. De wegvervoersorganisatie stelt terecht dat het principieel openhouden van de binnengrenzen prioriteit numero één moet zijn en dat pas daarna andere opties in beeld kunnen komen. Het zal voor het kabinet een hele kluif worden om dat principiële punt overeind te houden en tegelijkertijd de toevloed van vluchtelingen in te dammen. Een realistische aanpak daarbij is cruciaal. Wat dat betreft lijkt de oproep om de controle op de naleving van rij- en rusttijden tijdelijk te versoepelen voor chauffeurs die door de grenscontroles in de problemen komen, zo gek nog niet. Want dat is aan de hand van tachograafgegevens immers betrekkelijk eenvoudig te controleren. Dat lijkt van meer realisme te getuigen dan pleiten voor doorrijstroken voor vrachtwagens of de invoering van die slimme scans.