En hoewel we dagelijks worden geconfronteerd met het dreigende failliet van één van die aspecten, het vrije verkeer van personen, waarvan duizenden vluchtelingen gebruikmaken, pleit de belangenorganisatie juist voor het nog verder harmoniseren van wet- en regelgeving in de verschillende staten.

Het is logisch dat TLN niet meegaat in het populistische pleidooi voor het herinvoeren van grenscontroles, maar juist wijst op inconsequente regelgeving en het feit dat landen elkaars controles niet accepteren en zelf, op hun eigen manier, hand-haven.

De oproep komt niet voor niets op dit moment: Nederland is zes maanden lang voorzitter van de Europese Commissie, en TLN grijpt die gelegenheid aan om een aantal problemen te benoemen die een gelijk ‘speelveld’ voor internationale ondernemingen in de weg staan en die het werken van logistieke ondernemingen in Europa negatief beïnvloeden.

De dertien punten die TLN onder elkaar zet zijn niet heel verrassend: het gelijktrekken van accijnzen, het harmoniseren van tolsystemen, het afstemmen van de hoogte van motorrijtuigen-belasting, het voorkomen van nationale, of zelfs regionale, rijverboden. Het vasthouden aan nationale regelgeving staat internationale innovatie – denk aan het invoeren van de elektronische vrachtbrief die veel ondernemers kosten zou schelen – in de weg.

Al deze problemen zijn bekend en vaak benoemd, maar het is toch interessant om te zien dat een samenwerkingsverband tussen landen, ooit begonnen als een economisch gedreven verbond, juist op het gebied van wet- en regelgeving die voor eerlijke concurrentie moeten zorgen nog zo veel steken laat vallen. Van rusttijden voor chauffeurs tot tolplannen, van voertuigbelasting tot accijnzen: nationale parlementen en nationale ministeries bepalen solistisch het beleid. Daardoor is de EU in veel opzichten nog steeds een lappendeken.

Alle goede bedoelingen ten spijt is de kans groot dat de oproep van TLN weinig effect zal hebben. De onderwerpen die worden aangestipt vallen onder te veel verschillende commissarissen, of zijn te zeer met nationale regelgeving verbonden. Er is nu eenmaal geen Europees verantwoordelijke die zich zowel met een aanpassing (of zelfs afschaffing) van het Mannheim-verdrag, én het voorkomen van sociale dumping, én cabotage- regelgeving bezighoudt en ook nog weet te voorkomen dat chauffeurs met zeven verschillende obu’s onderweg zijn om in verschillende landen tol te kunnen betalen. Elke minister van financiën wil zelf verantwoordelijk blijven voor accijnzen, elke minister van verkeer wil zelf beslissen over de ecocombi.

TLN toont in elk geval aan dat zelfs een intensieve Europese samenwerking op een deelgebied dat ooit leidde tot de oprichting van het verband – economische harmonisering – nog lang niet optimaal verloopt. De kans dat deze rapportage ook tot grote veranderingen leidt is nihil. Helaas.