Een soort AKO-literatuurprijs dus, maar dan juist niet voor eenlingen die avonden broeden op een nieuwe roman, maar voor ondernemers die zich gezamenlijk met een pot koffie in een zaaltje, café of huiskamer terugtrekken om oplossingen voor concrete transporten te bedenken die brandstof, en dus geld, besparen en beter zijn voor het milieu.

Een oeuvreprijs wordt het ook niet. Dan zouden Nabuurs, Mars, H.J. Heinz, Bavaria en noem ze allemaal maar op, al kunnen afreizen om de prijs in ontvangst te nemen. Een ‘award’ wordt het evenmin. Genoeg vervoerders hebben zo’n award inmiddels in de wacht gesleept omdat ze hun transporten duurzamer hebben gemaakt, hun pand hebben geïsoleerd en van zonnepanelen voorzien en hun chauffeurs op cursussen hebben gestuurd waar hun wordt geleerd hoe ze, ‘modern rijdend’, nog net 3% extra op diesel en banden kunnen besparen.
De nieuwe EVO-prijs moeten we eerder zien als aanmoediging voor al die middelgrote en kleinere bedrijven, zowel verladers als vervoerders, die volgens de organisatie nog moeite hebben om concrete voorbeelden van geslaagde ketensamenwerking te realiseren. Een kleine wegvervoerder ‘gaat niet zomaar intermodaal’. Die heeft moeite genoeg de eigen financiële eindjes aan elkaar te knopen en overziet de mogelijkheden niet om de transporteindjes heel anders op elkander aan te laten sluiten.

Een paar jaar geleden introduceerde de zogenoemde logistieke ‘topsector’ een monsterlijk woord dat de weg naar de toekomst zou wijzen. ‘Synchromodaliteit’ zou transport efficiënter, goedkoper en duurzamer maken en zou trouwens het verdienmodel worden van de logistieke sector in de Lage Landen. Voortaan zouden verladende bedrijven het aan een soort superexpediteurs overlaten met welke modaliteiten lading wordt vervoerd.

Die expediteurs, we moeten ze liever Fourth Party Logistics Providers, oftewel 4PL’ers noemen, bundelen lading van meer partijen, maken er ladingstromen van die behalve over de weg voor een deel ook over water of spoor kunnen worden vervoerd. De verlader heeft er geen omkijken naar. De enige eis aan verladende bedrijven is dat ze toestaan dat hun lading met die van anderen wordt gecombineerd. Dus Blokker lift mee met Marskramer, DA met het Kruidvat en bloemenmannen laten hun vrolijke producten in één koeltrein naar Italië brengen.

Perfect allemaal, omdat het heel wat loze kilometers bespaart en omdat de 4PL’er de voordelen daarvan eerlijk over alle partijen kan verdelen. Maar daarmee bereiken we de kleinere verlader en vervoerder nog te weinig. Er zijn genoeg voorbeelden te noemen van bedrijven die hun transport op een suboptimale wijze inrichten, doordat het hun eenvoudig aan kennis ontbreekt om in grote concepten te denken. Daar valt nog heel wat fruit te knippen dat in wezen laag aan de boom hangt, maar voor die ene kleinere ondernemer helaas net iets te hoog.

Die ondernemers moeten we te hulp schieten en de EVO ziet daar terecht een taak voor zich weggelegd. De oude scheidslijnen tussen verladers onderling en tussen verladers en hun dienstverleners moeten verdwijnen, we moeten af van het ‘wij- en zij-denken’. Stop samen een zeecontainer vol, al ben je concurrenten. Je bent veel goedkoper uit, want voor deelladingen rekent de rederij echt een hoger tarief. Geef je wegvervoerder niet simpelweg ‘opdrachten’, maar overleg met hem welke slimmere combinaties mogelijk zijn. En loof een prijs uit om ‘best practices’ te belonen. Goed idee van de EVO, die prijs.