Aan de bovenkant zoeken vluchtelingen zich een weg naar Engeland. Beide verschijnselen zien wij als problemen van humanitaire, economische, juridische en politieke aard. Ze vertonen enige samenhang, maar we mogen de gelijkenissen niet overdrijven.

Het probleem aan de ‘onderkant’ is dat miljoenen mensen in Afrika en omliggende gebieden worden verdrukt door corrupte regimes en voor hun leven moeten vrezen in het oorlogsgeweld dat in veel landen sluimert en op een aantal plaatsen is opgelaaid.

Onderweg naar de veilige Europese zuidkust komen vluchtelingenboten massaal in nood en moeten marine- en koopvaardijschepen uitrukken om reddingswerk te doen. Opvangkampen stromen vol mensen van wie moet worden onderzocht of ze terecht de wijk naar Europa hebben genomen. Het kunnen immers ook gelukszoekers zijn, wier veiligheid in het land van herkomst niet in het geding was.

Aan de ‘bovenkant’ is het stadium van toetsing van de legaliteit in een aantal gevallen al gepasseerd. Veel vluchtelingen hebben zich of niet aan het onderzoek onderworpen of zijn door de mand gevallen. Zij kiezen ervoor het in Groot-Brittannië nog eens te proberen, omdat dit land de naam heeft jegens immigranten tamelijk soepel te zijn.

Hier worden ferryhavens langs de Noordzee en met name die van Calais overspoeld door would-be ‘Engelandvaarders’ die als verstekeling trachten mee te varen op ferryboten. Natacha Bouchart, de burgemeester van de geplaagde Franse haven, dreigde september vorig jaar al eens haar haven te blokkeren als de Britten geen maatregelen zouden nemen tegen de toestroom van illegale migranten, beter gezegd: tegen de eigen, Britse, aanzuigende werking op migrantenstromen.

De economische schade is in beide gevallen duidelijk. Aan de zuidkant lijden reders aanzienlijke verliezen doordat hun schepen reddend moeten optreden en zo vertraging oplopen. Aan de noordwestzijde zijn het in eerste instantie wegvervoerders die schade lijden. Hun zeilen worden opengesneden, hun chauffeurs soms lichamelijk bedreigd en aan de overzijde dreigen torenhoge boetes als het misgaat en er in Dover toch een verstekeling uit de lading kruipt.

Tegen de instroom valt weinig te doen. De Italiaanse kustwacht, die het probleem van nabij perfect overziet, denkt dat als de zeeroute is uitgewerkt veel vluchtelingen andere routes zullen vinden om toch hier te komen. Ook de uitstroom, naar het ‘beloofde’ Engeland, is moeilijk te beheersen. Wat Europa op dit punt momenteel doet – en eigenlijk de afgelopen tien, vijftien jaar gedaan heeft – is dweilen met de kraan open.

Het echte probleem zijn deze vluchtelingen vrijwel geen van allen. De moeilijkheid steekt in ons vluchtelingenbeleid. Wij hebben geen antwoord op grote migrantenstromen die zich, door de eeuwen heen, nu eenmaal altijd wel eens verplaatsen tussen landen en continenten.

Een deel van de oplossing kan zijn dat we de inreis niet op voorhand ‘illegaal’ maken, maar faciliteren. Dat we mensen goed opvangen en al tijdens de opvang met hun scholing beginnen. Het ei van Columbus is dat niet, maar wel een begin.