Crisisberaad op Europees niveau heeft geleid tot een pakket aan maatregelen. Het budget voor ‘search and rescue’-operaties (SAR) die vallen binnen operatie Triton, wordt verdrievoudigd. Duitsland stuurt een bevoorradingssschip en twee fregatten, het Verenigd Koninkrijk de ‘HMS Bulwark’ en Nederland houdt een patrouillevliegtuig van de kustwacht ter plaatse. Ook hebben lidstaten beloofd om vluchtelingen op te nemen.

De maatregelen zijn positief ontvangen door scheepseigenaren en hun vertegenwoordigers, er is echter wel een grote Maar. ‘De aangekondigde middelen voor reddingsoperaties kunnen alleen een start zijn’, zegt Ralf Nagel, CEO van de Verband Deutsche Rehder, de Duitse redersorganisatie. ‘Het inzetgebied van de Europese SAR-operaties moet ingrijpend worden uitgebreid richting de Libische kust.’

Reders hebben tot nu toe een grote rol gespeeld in het redden van levens van bootmigranten. ‘In de afgelopen paar maanden hebben onze leden meer dan vijfduizend vluchtelingen in nood gered’, schrijft Nagel in een persbrief. Ook de Europese overkoepelende redersvereniging ECSA laat weten dat de rol die reders spelen groot is. ‘In de afgelopen zestien maanden hebben koopvaardijschepen deelgenomen aan bijna duizend reddingsoperaties op de Middellandse Zee.’ De koopvaardij kent een morele en wettelijke plicht om drenkelingen op zee te hulp te schieten. Op de Middellandse Zee gebeurt dat volgens Nagel dagelijks. Probleem is dat de koopvaardij niet uitgerust is voor dergelijke operaties.

‘Onze zeevarenden bereiken hun fysieke en mentale grenzen’, schrijft Nagel. ‘Keer op keer verdrinken vluchtelingen voor hun ogen of overlijden die eenmaal aan boord alsnog door onderkoeling. Ondanks voorbereidingen zijn koopvaardijschepen niet berekend op het redden van soms wel honderden mensen tegelijk.’ Dit is geen misplaatste klaagzang van reders. Koopvaardijschepen hebben reddingsmiddelen die berekend zijn op het aantal opvarenden van een schip. Tegenwoordig is dat meestal zo’n tien tot vijfentwintig man. Recent schoot een Portugees containerschip een boot met 800 vluchtelingen te hulp, maar de bemanning kon niet voorkomen dat die boot kapseisde en stond daarna ‘machteloos’, stelt redersverzekeraar North P&I. Slechts 27 opvarenden konden worden gered.

Nadat in oktober 2013 een ramp met bootvluchtelingen plaats had nabij Lampedusa in Italië, besloot het land een grootscheepse SAR-operatie op te zetten: operatie Mare Nostrum. Het inzetgebied van deze SAR-missie strekte tot nabij de Libische kust, waar verreweg de meeste boten vergaan. Italië financierde deze missie echter zelf en besloot onlangs hiermee te stoppen. De missie werd vervangen door de Europese SAR-operatie Triton, die veel kleiner is. Hoewel de middelen nu worden opgeschaald, blijft het inzetgebied beperkt. De missie komt niet in de buurt van de Libische kust.

Zolang dit gebied niet wordt uitgebreid blijft de koopvaardij op grote schaal verantwoordelijk voor het te hulp schieten van vluchtelingen op zee. Dat betekent dat onnodig veel vluchtelingen de dood zullen vinden. Simpelweg omdat de koopvaardij niet is toegerust en getraind om zulke reddingsoperaties uit te voeren. Daarom is uitbreiding van het inzetgebied noodzakelijk.