Daarnaast is er naar nu blijkt een stevige subsidie in aantocht vanuit Brussel. Daardoor kan de bijdrage van Amsterdam aan de sluis – er was in 2002 136,5 miljoen euro begroot – uiteindelijk slinken naar 70 miljoen euro. ‘Het enige dat nu nog kan tegenvallen, is het aantal meevallers’, riep eind vorig jaar al een bijzonder optimistische Amsterdamse havenwethouder Kajsa Ollongren (D66) over de dalende financiële bijdrage van Amsterdam aan de eigen nieuwe sluis.

De totale kosten voor de bouw van het nieuwe en grotere sluisproject (prijspeil 2014) liggen nu inclusief btw en rente op de lieve som van 890 euro. Dat lijkt veel, maar rond de helft van dat bedrag is al gereserveerd als vervangingskosten voor de huidige 85 jaar oude zeesluis.

Daarnaast wacht bouwheer Rijkswaterstaat en medefinancier Amsterdam nu een stevige subsidie uit Brussel in het kader van de verbetering van de zogeheten vrachtcorridor North Sea-Baltic (NSB), een van de negen te ontwikkelen multimodale verkeersassen in het kader van het Europese TEN-T-project.

De Amsterdamse zeesluis is als voorportaal onderdeel van deze vrachtcorridor en in dat kader hoopte Den Haag in eerdere ramingen op een bedrag van rond de 10% van de bouwsom aan EU-subsidie, ofwel een bedrag van 80 tot 90 miljoen euro. Of dat bedrag ook door de Europese Commissie wordt toegekend aan Nederland hangt sterk af van de urgentie die Brussel aan de bouw van de Amsterdamse zeesluis toekent. De Commissie moet in totaal kiezen tussen ruim 290 aanvragen. Keuzes moeten dan ook worden gemaakt en de Europese Commissie baseert die keuzes op de aanbevelingen van speciaal voor de negen corridors aangestelde coördinators.

Voor Nederland lijkt die aanbeveling, gemaakt door de Française Catherine Trautmann, nu bijzonder goed uit te pakken. De zeesluis wordt door haar gezien als het tweede grote probleem op de vrachtcorridor tussen de Noordzee en de Oostzee en daarmee lijkt de gemeenschappelijke lobby van Amsterdam, Den Haag en de provincie Noord-Holland nu al geslaagd. Positief is ook dat Brussel de zeesluis ziet als een maritiem project. Daardoor kan niet 10% maar 20% van de totale bouwsom als subsidie worden gevraagd door Nederland. Dat betekent dat de EU-steun voor de bouw van de sluis plotseling verdubbelt naar 180 miljoen euro. Als alles tenminste goed uitpakt voor Nederland.

Natuurlijk is het geld nog niet binnen en zal Nederland de komende maanden met de Amsterdamse zeesluis ‘zichtbaar moeten blijven’ in Brussel, zoals een ambtenaar van het ministerie van infrastructuur het onlangs uitdrukte, maar enig optimisme is nu wel op zijn plaats. Met dank aan de EU-coördinator en de dalende marktrente lijken straks de kosten voor de nieuwe zeesluis voor Nederland een kwart miljard euro lager uit te vallen dan eerdere ramingen. Reden genoeg om de nieuwe zeesluis, die er over vier jaar moet liggen, te voorzien van een bord met het opschrift: ‘Merci Catherine’.