Dat schrijft voorzitter Arthur van Dijk van Transport en Logistiek Nederland (TLN) in een brandbrief over de sociale misstanden die de loonongelijkheid in ons werelddeel veroorzaakt. Het liefst zou Van Dijk naar één Europees minimumloon toe willen, maar dat zit er nog vele jaren niet in.

Is loonconcurrentie zo erg? Het is bijna overal in de hedendaagse wereld een aanvaard verschijnsel dat werkgevers bij de aanwerving van arbeidskrachten niet alleen op de competentie van die arbeidskrachten letten, maar ook op de hoogte van het loon dat ze bedingen. In een deel van het wegvervoer – het internationale kilometers maken – is de loonshoogte zelfs de doorslaggevende factor.

Het probleem in de Europese Unie is dat we de vrije keuze van werkgevers bij de aanstelling van personeel toch weer willen beperken omdat de implicaties van die vrije keuze ons niet bevallen. West-Europese overheden zouden het liefst de klok terugzetten en weer concrete landsgrenzen invoeren om bijvoorbeeld arbeidskracht uit het goedkopere buitenland te weren.

Zulke protectonistische neigingen zien we alom. Duitsland voert een minimumloon in en wil dat elke chauffeur, ook een Pool of Hongaar, conform dat minimum wordt betaald voor de duur dat deze in Duitsland actief is. Frankrijk deelt torenhoge boetes uit aan chauffeurs uit Oost-Europa die langere perioden verplichte rust doorbrengen in hun cabine.

Frankrijk stelt dat deze maatregel is bedoeld om ook deze Oost-Europese chauffeurs rustpauzes buiten hun voertuig, bijvoorbeeld in pension of hotel, te gunnen, voor rekening van hun werkgever, wel te verstaan. Dat is natuurlijk een hypocriet argument. Waar het Frankrijk om te doen is, is Oost-Europese chauffeurs van zijn grondgebied te weren, omdat ze Franse chauffeurs brodeloos maken.

Zolang wij loonconcurrentie accepteren, zoals TLN dat nu zegt te doen, moeten we daarvan ook de uiterste consequentie onder ogen zien. Het gaat niet aan rondom elke lidstaat een afzonderlijk hekje te zetten. De Europese Unie is opgericht om vrij verkeer van mensen, goederen, diensten en kapitaal mogelijk te maken. Dat ideaal moest juist worden bereikt door hekjes weg te nemen, stap voor stap, en wat dat aangaat hebben we al heel wat stappen gezet.

TLN heeft gelijk. Veel maatregelen die nationale overheden invoeren om de pijn van de ongelijke concurrentievoorwaarden te verzachten, zijn bureaucratische gedrochten, die heel het Europese bedrijfsleven wereldwijd op achterstand zetten. Om nog maar te zwijgen over de gebrekkige en van land tot land zeer ongelijke controle op de handhaving van deze maatregelen. Het Duitse minimumloon is een voorbeeld. Andere voorbeelden zijn de cabotage, de rij- en rusttijden, technische eisen aan voertuigen, noem maar op.

De grote vraag is echter wat de Unie in de plaats zou kunnen stellen van deze landelijke hekjes. Dat vereist, hoe je het wendt of keert, dat Brussel een deel van de nationale soevereiniteit der lidstaten naar zich toehaalt. Moet er een Europese toezichthouder op cabotage en rij- en rusttijden komen? Politiek is zo’n voorstel op dit ogenblik vermoedelijk totaal onhoudbaar.