Dit terwijl het hoogseizoen nog moet beginnen.

Wachttijden van enkele dagen worden al gemeld door de bezorgde achterban, zegt secretaris Maira van Helvoirt van het CBRB en met het oog op de ‘zorgelijke’ situatie noemen boze leden het actieplan van containerterminal ECT en het havenbedrijf Rotterdam tegen de oplopende wachttijden slechts ‘mooi weer spelen’. De sector vreest voor een herhaling van de congestiechaos van vorig jaar toen vaarschema’s in de versnipperaar konden en de hoge kosten via pittige toeslagen werden verhaald op de ladingsaanbieders. Destijds leverde overleg niets op, zegt Van Helvoirt. Uiteindelijk vond de binnenvaartsector zelf via de Rotterdamse overslagterminal van Kramer gedeeltelijk een oplossing. Zij wil nu ‘geen woorden maar daden.’

In die context is de brandbrief van de CBRB en VITO richting minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur) begrijpelijk en te zien als een noodkreet. De belangenorganisaties willen aandacht voor het dreigende ‘verkeersinfact’ in de Rotterdamse haven, maar de vraag is wat de minister hier aan kan doen. Als aandeelhouder van het havenbedrijf kan zij de boodschap nog een keer vriendelijk onder de aandacht brengen van de hoofdrolspelers, maar meer ook niet.

Wellicht dat de brandbrief ook meer is bestemd voor de oren van de klanten die binnenkort te horen krijgen dat er weer fikse congestietoeslagen zijn te verwachten. Het feit dat ECT en het havenbedrijf in het gezamenlijke strijdplan tegen de congestie een meer gematigde toon aansloegen – er werd gesproken van een ‘uitdaging’ en ‘druk op het serviceniveau’ – zorgt bij de binnenvaartbedrijven voor een communicatieprobleem met de klanten: zij kunnen de toeslagen maar moeilijk rechtvaardigen nu de congestie door hoofdrolspelers min of meer wordt weggenuanceerd. Daarom willen ze ook dat ECT en het Havenbedrijf ‘eerlijk’ communiceren over de congestie zodat de verladers een reëel beeld krijgen van de moeilijkheden.

Wellicht dat de gevoeligheden in de binnenvaart zijn onderschat. Dat laat echter onverlet dat de intenties van het overslagbedrijf en Havenbedrijf Rotterdam goed zijn om de wachttijden samen met de betrokken partijen aan te pakken. Daarnaast vergeten de boze binnenvaartorganisaties te vermelden dat de congestie in de haven allereerst een Europees probleem is en geen alleenstaand Rotterdams fenomeen is. Ook Hamburg en Antwerpen melden topdrukte en lange wachttijden. Terecht ook dat woordvoerder Rob Bagchus van ECT zich distantieert van de kritiek en enige nuance aanbrengt. Hij wijst er ook op dat ‘alles uit de kast wordt gehaald’ door het overslagbedrijf om de problemen snel op te lossen

Wat in deze nieuwe controverse wel opvalt, is dat de fronten heel snel verharden in de Rotterdamse haven als de containerstroom niet meer via de geijkte kanalen kan worden afgewikkeld. Er lijkt dan ook weinig lering getrokken te zijn uit de crisis van vorig jaar. Wellicht dat de focus van de partijen nu heel snel moet komen te liggen op alternatieve kanalen om tijdelijke capaciteit te creëren als veiligheidsventiel. Hier kan de overslagterminal van Kramer weer een rol spelen. Klaarblijkelijk heeft dat vorig jaar geholpen. Daarnaast roept in deze krant de nieuwe Amsterdamse Holland Container Terminal om meer aandacht vanuit Rotterdam. Voorman Michael van Toledo wil graag meehelpen logistieke oplossingen te vinden voor de Rotterdamse problemen. Een sterk verkoopargument heeft hij al: Amsterdam is congestievrij.