Het bedrijf houdt zich bezig met de productie en verkoop van kleding. Die kleding wordt veelal geproduceerd in Azië en afgezet in alle uithoeken van de wereld. Het strafrechtelijk onderzoek in Rusland spitst zich toe op de waardering van de goederen bij invoer.

Het bedrijf wordt ervan verdacht bepaalde licentievergoedingen niet te hebben meegenomen in de douanewaarde van de goederen. Deze zaak staat helaas niet op zichzelf. Het is een veelvoorkomend fenomeen, waarbij importeurs een relatief laag bedrag betalen voor ingevoerde goederen maar in aanvulling daarop ook een vergoeding moeten betalen voor het gebruik van het merkenrecht, het design, het ecosysteem en de marketingcampagnes. Deze aanvullende vergoedingen worden vaak licentievergoedingen of royaltybetalingen genoemd. En de vraag is: behoort deze vergoeding bij de waarde van de ingevoerde goederen?

De douanewaarde van importgoederen wordt primair berekend op basis van de transactiewaarde: de werkelijk betaalde of te betalen prijs. In aanvulling op die prijs zijn er bijtel-elementen, waarvan royalty’s misschien wel de meest beruchte zijn. Berucht omdat we zien dat in de loop der jaren de materiële waarde van goederen relatief is afgenomen, maar de immateriële waarde is toegenomen. De waarde wordt steeds meer bepaald door het design, de merkwaarde en in mindere mate door het materiaal waarvan het is gemaakt. De douanewetgeving is daar heel duidelijk over: de douanewaarde moet de volledige commerciële waarde beslaan. Maar ja, hoe zet je dat nou om in sluitende wetgeving? Een eenduidige definitie van royalty’s ontbreekt immers. We zagen dan ook vaak dat multinationals de grondslag van de royalty’s zo konden vormgeven, dat deze buiten de werkingssfeer van de douanewaardebepalingen kwam te liggen.

Dat was een doorn in het oog van veel douanewetgevers. Met als gevolg dat veel landen, waaronder de EU, hun douanewetgeving op dit punt flink hebben aangescherpt. Probleem opgelost? Nee, anders zou ik er niet een hele column aan wijden. Het lastige van douanewaarde is, dat je niet aan de buitenkant kunt zien wat daarvoor is betaald en zeker niet of daar ook nog royalty’s voor zijn betaald. Daarvoor moet je kijken naar de achterliggende contracten en betalingen. Zeker bij grote multinationals is dat geen sinecure en leidt dat tot grote douanewaarde-audits. De uitkomsten van die audits laten zich raden: een toename in jurisprudentie op gebied van royalty’s. Ofwel: douaneautoriteiten komen in actie.

Dat leidt tot onrust bij ondernemingen die gebruikmaken van royalty’s. Zeker als de douaneautoriteiten niet alleen met een gepeperde rekening komen, maar ook met strafrechtelijk onderzoek dreigen. Hoewel ik mijn columns normaliter afsluit met een flauwe woordspeling, sluit ik deze week af met een welgemeend advies. Ben je importeur of exporteur en is er op welke manier dan ook sprake van royaltybetalingen? Dan is dit een goed moment om te kijken naar de vaststelling van de douanewaarde van de goederen. Wacht je te lang, dan wordt de kans steeds groter dat de wal uiteindelijk het schip keert. Op de valreep toch nog die onvermijdelijke flauwe woordspeling.