Ik vraag me af, of met dit stelsel het doel wordt bereikt. De Nederlandse bunkermarkt is de op een na grootste ter wereld en verreweg de grootste in Europa. De belangen zijn dus substantieel. In de grootste bunkerhaven, Singapore, is sinds kort een bunkervergunningensysteem ingevoerd om enkele kwaliteitsmaatstaven verplicht te stellen. Het hanteren van kwaliteitsmaatstaven kan een aanzienlijke impact hebben op de service en bovendien gesjoemel voorkomen.

Een voorbeeld: een temperatuurverhoging van enkele graden kan het volume van de brandstof doen toenemen. Hierdoor kan de ‘tank’ sneller vol lijken dan daadwerkelijk het geval is. Omdat het bij bunkeren om enorme hoeveelheden gaat, tot zestien miljoen liter per schip, kan een kleine afwijking een groot verschil maken. Door te werken met kwaliteitsmaatstaven op het gebied van temperatuur, kan dit risico worden ingeperkt.

In navolging van Singapore worden nu dankzij de bunkervergunning verschillende minimumeisen opgelegd aan bunkeraars in Rotterdam en Amsterdam. Zo moet een bunkertransporteur onder meer een verklaring omtrent gedrag (VOG) en documentatie over het gehanteerde kwaliteitssysteem overleggen en minimumeisen volgen bij het nemen van monsters. Klachten kunnen worden gemeld bij de havenmeester. Onduidelijk is echter, welke sanctie er kan worden opgelegd na een (gegronde) klacht, en wat de klager daaraan heeft. Vermoedelijk zal een klacht wel een reden zijn voor de havenmeester om nog eens extra toezicht te houden op de naleving van de regels.

De vergunning lijkt in theorie een goed middel te zijn. In de praktijk bestaat de vergunningverlening slechts uit een toetsing op documenten, die bovendien slechts eens per twee jaar plaatsvindt. Dit is een verbetering voor de traceerbaarheid en hopelijk de uniformiteit, maar niet uitgesloten is dat dit de levering van non conforme bunkers (nog) niet zal voorkomen of serieus zal beperken. Aanvullend toezicht en handhaving is hiermee immers nog niet gegeven. Daarnaast is de sanctie op overtreding van de vergunningseisen niet echt afschrikwekkend. Een kleine 9000 euro voor een onderneming in deze branche lijkt, gelet op de belangen, erg laag.

Het kan ook anders. Zo is in Singapore naast de papieren toets ook de mass-flowmeter verplicht gesteld. Daardoor werkt de hele markt met hetzelfde, meest betrouwbare meetsysteem. Hiermee hebben ontvangers meer zekerheid dat zij de hoeveelheid krijgen waar ze voor betalen. Uit kostenoverwegingen is zo’n mass-flowmeter in Nederland nog niet verplicht gesteld. Met de huidige Nederlandse bunkervergunning lijkt de transparantie en controleerbaarheid weliswaar een stuk verbeterd, maar we zijn er zeker nog niet. Hopelijk brengt de evaluatie van de vergunning, die over twee jaar plaatsvindt, meer.