Vanaf maart 2020 is er, op initiatief van ORAM, met wisselende intensiteit overleg geweest met overheden, havendienstverleners en het bedrijfsleven om de continuïteit van de havenoperatie te monitoren. Als er al eens een bedrijf in de problemen dreigde te komen, was er direct solidariteit. Bedrijven helpen elkaar in moeilijke tijden. Mooi om te zien.

Over de toekomst van de Amsterdamse haven wordt heel wat geschreven. De Nationale OmgevingsVIsie (NOVI) van het Rijk benoemt dat de energie- en grondstoffentransitie extra ruimte vraagt in de zeehavens. Recentelijk verscheen daarnaast de havennota, waarin door minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur) het nationale belang van de Amsterdamse zeehavens nog eens wordt onderstreept.

Verwacht wordt, dat in de nabije toekomst de behoefte aan ruimte in de havens op zijn minst gelijk zal blijven. Bovendien wordt benoemd dat de woningbouwplannen in het havengebied vragen om ontwikkelruimte elders. Daarbij wordt verwezen naar een andere visie, Noordzeekanaalgebied 2040, van het Rijk, provincie Noord-Holland en omliggende gemeentes, waarin de Houtrakpolder wordt aangemerkt als reserveringslocatie.

Voor de gemeente Amsterdam is dit een dilemma. Graag wil men de hoofdstad uitbreiden richting het westen, maar men heeft geen ruimte beschikbaar om het havengebied uit te breiden binnen haar gemeentegrenzen. In de Amsterdamse gemeentelijke Omgevingsvisie 2050 (GOVI), die zojuist is gepresenteerd, worden veel bedrijventerreinen binnen de gemeentegrenzen getransformeerd naar stedelijke woon-werkgebieden. Als je beziet met welke intensiteit er woningbouw gepland wordt, is hier in de toekomst echter alleen nog maar plaats voor ‘fluister’-bedrijvigheid. Transformatie betreft hier feitelijk dus sanering, de ambities voor de maakindustrie en productieve sector ten spijt.

Dit heeft ook z’n impact op de Amsterdamse haven. De ontwerp-omgevingsvisie sorteert voor op een nieuwe zonering voor de haven waarbij rekening moet worden gehouden met de toekomstige woningbouw in Haven-Stad. De woningbouw zorgt er hiermee voor dat de haven niet alleen fysiek kleiner wordt, maar dat ook de broodnodige veiligheids- en milieuruimte verder wordt ingeperkt. Het is bovendien een domper op de feestvreugde als we de energietransitie en de circulaire economie grootscheeps willen laten landen in het havengebied. Om deze transformatie mogelijk te maken, is de beschikbare fysieke en milieuruimte immers hard nodig.

Dat er behoefte is aan woningen behoeft geen nadere uitleg. Daarvoor is al voldoende aandacht. Zeker politiek. Maar wordt het ook niet eens tijd om de belangen te behartigen van de werkgelegenheid van sectoren die cruciaal zijn voor Nederland en het achterland? Wordt het niet eens tijd voor een integrale belangenafweging, waarbij overheden samenwerken aan een gestructureerde aanpak van het ruimtedossier in de regio?

Kunnen we niet eens een nietje slaan door NOVI, de provinciale omgevingsvisie POVI en GOVI en komen tot een gezamenlijk beleid dat recht doet aan woningbouw én economie? Een beleid zonder overheden die zich onttrekken aan hun verantwoordelijkheid door plannen te blokkeren of voor zich uit te schuiven, maar die zichzelf gedragen als gemeenschappelijk probleemeigenaar? En dat dan graag in nauwe samenwerking met en gebruikmakend van de creativiteit van het bedrijfsleven. Ondernemingen die elkaar helpen in moeilijke tijden, zoals nu tijdens de coronacrisis. Het zou mijn wens zijn dat de overheid diezelfde mentaliteit en solidariteit aan de dag legt in onze regio. Voor iedereen goed.