Neem het recente geval van een expediteur die de opdracht krijgt om gevoelige medische apparatuur over de weg te vervoeren van Nederland naar Italië. De opdrachtgever geeft op de bijbehorende documenten aan dat het om zeer kwetsbare apparatuur gaat. Daarom dient het transport met een lucht geveerde auto uitgevoerd te worden, een situatie die uitdrukkelijk vraagt om een zogeheten ‘dedicated’ truck.

De expediteur in kwestie gaat voortvarend te werk en geeft aan zijn opdrachtgever door, dat hij het transport heeft geregeld en dat hij de betreffende apparatuur in een gespecialiseerde vrachtwagen naar Italië zal laten vervoeren. Een ingehuurde wegvervoerder haalt vervolgens de apparatuur op en vertrekt richting Italië. Op het afleveradres aangekomen, valt de kwetsbare apparatuur van de laadklep van de vrachtwagen en landt die met een klap op zijn kop op de vloer van de loods. De schade wordt door de expediteur gemeld, de vervoerder wordt aansprakelijk gehouden.

Uit de facturen blijkt dat de apparatuur een waarde heeft van ruim een half miljoen Amerikaanse dollar. Namens verzekeraars wordt er een expert ingeschakeld om de toedracht van het ongeval en de omvang van de schade aan de medische apparatuur vast te stellen.

Uit de correspondentie van de expediteur blijkt al vrij snel, dat de expediteur uit kostenoverwegingen toch geen wegvervoerder met de gevraagde speciale truck heeft ingeschakeld, maar een koerier.  De opdracht aan deze koerier was kort en krachtig, namelijk ‘auto met klep’.  Op meegezonden foto’s is te zien welke ‘auto met klep’ werd ingeschakeld voor de gevoelige opdracht. Met een dergelijke auto en miezerig klepje verhuist de gemiddelde Nederlander normaliter zijn inboedel. Goedkoop is duurkoop: dit moest haast wel fout gaan, en dat ging het dan ook.

De beschadigde apparatuur is intussen voor nader onderzoek naar de fabrikant gezonden en samen met de schade-experts is de voorlopige conclusie, dat de apparatuur door de harde val als verloren beschouwd moet worden.

Tot overmaat van ramp bleek dat de ingeschakelde koerier niet goed was verzekerd en de expediteur geen voorwaarden overeen was gekomen met zijn opdrachtgever. Op de vraag hoe het kon dat er geen voorwaarden overeen waren gekomen, was het verbluffende antwoord: ‘Ach, er zijn wat nieuwe mensen bijgekomen.’

Inmiddels is er een zogenoemde verklaring van recht-procedure begonnen namens de expediteur, in de hoedanigheid van wegvervoerder, zodat er in ieder geval een beroep kan worden gedaan op de beperking van het CMR Verdrag dat van toepassing is. De expediteur heeft in zijn organisatie nog wel wat zendingswerk te verrichten met zijn ‘nieuwe mensen’.