‘Welcome to the brexit, sir. Sorry, maar we nemen alles in beslag’, zegt een Nederlandse douanier in het fragment vrolijk als een chauffeur vraagt of hij niet tenminste zijn droge boterhammen mag meenemen, zónder de vleeswaren. ‘Oh, my God,’ reageert de trucker met een mengeling van ongeloof en jolijt als hij nul op het rekest krijgt. De truckers worden op de drempel van Hook of Holland bepaald niet gewaterboard door de Nederlandse arm der wet, maar juist de luchtigheid waarmee de Nederlanders hun onverbiddelijkheid etaleren, stuit de Britten tegen de borst. Uit de zeventiende eeuw, de tijd dat de Hollanders en Engelsen elkaar voortdurend in de haren vlogen, zijn nog tal van beschimpende uitdrukkingen bewaard gebleven over die vermaledijde ‘Dutch’ (denk aan de ‘Dutch treat’, de Nederlandse traktatie: iedereen betaalt voor zichzelf), maar de Britten gaan nu vast een nieuw Dutch-synoniem bedenken voor hun woord ‘nitpickers’, ‘muggenzifters’, want dat is waar ze ons voor aanzien.

Als gebelgde Britse sandwichliefhebbers er een zaak van zouden maken, kunnen we advocaat Gerard Spong naar de rechtbank sturen om de Britten op hun nummer te zetten met onze Hollandse volkswijsheid ‘own blame, bulky lump’: eigen schuld, dikke bult, maar de lawyers van Engelse zijde zouden daar ongetwijfeld een bloemrijk weerwoord tegenover kunnen stellen. De Britse tabloid Daily Mail leefde zich de afgelopen dagen het meest uit en beschreef Nederland als een ‘drugssmokkelaarsparadijs’ waarin douaniers je lunchtrommeltje binnenstebuiten keren terwijl achter hun rug de criminelen fluitend containers vol verdovende middelen de haventerminal af rijden.

Ouch. Wat betreft Sandwichgate valt voor iedere zienswijze iets te zeggen. Maar zeker nu een superbesmettelijke variant van het coronavirus rondwaart, lijkt het mij prima om lunchpakketjes van hardwerkende truckers ongezien door te wuiven.