De basis voor deze lastenverzwaring lag in het ruim drie jaar oude regeerakkoord van het huidige kabinet. Belangenorganisaties als ACN, Fenex, TLN, Evofenedex en de Logistieke Alliantie zijn ruim een jaar bezig geweest om beleidsmakers en de politiek duidelijk te maken dat de invoering van deze vrachttaks contraproductief zou zijn voor Nederland distributieland. Niet alleen was de taks ons inziens disproportioneel, discriminerend en in strijd met de comptabiliteitswetgeving maar ook nog eens slecht voor het Europese ‘level playing field’.

Er waren dus goede argumenten om de belasting op vrachtvluchten te schrappen, maar dat bleek in de politiek praktijk niet zo eenvoudig. Afspraken in een regeerakkoord, en vooral die met financiële gevolgen, staan in beton gegoten. Niemand in de coalitie durft daar zijn vingers aan te branden. Op basis van sterke argumenten, onderbouwd met feiten en cijfers is het de logistieke sector desalniettemin gelukt om het kabinet van gedachte te doen veranderen.

Ik ging dan ook met een positief gevoel het weekend in. Tegelijk blijft een kater hangen. Want hoe heeft het zo ver kunnen komen dat deze belastingmaatregel destijds überhaupt voorgesteld én serieus uitgewerkt is? Met de vrachttaks wilde het kabinet de sector aanzetten tot verduurzaming door schoner te vliegen. Dat is op zich natuurlijk alleen maar toe te juichen, maar uit onderzoek naar de effecten van de taks kwam al vrij snel naar voren dat die nauwelijks verduurzamingseffecten opleverden. De  CO2-uitstoot zou alleen maar net over de grens ‘verhuizen’, inclusief vrachtstromen, bedrijvigheid én werkgelegenheid.

Hoe kan het ministerie van Financiën een belastingvoorstel uitwerken waarvan zo goed als zeker is dat het niet leidt tot het gewenste doel, maar wél tot forse schade aan de economie, werkgelegenheid en vestigingsklimaat. Vindt er dan geen reality check plaats bij de collega’s van Economische Zaken en Milieu en Infrastructuur en Waterstaat? Ik vrees van niet. En dat is een risicovolle tekortkoming in het Nederlandse beleidsproces.

Met de Tweede Kamerverkiezingen op komst pleit ik er dan ook voor om de ministers van de laatste twee ministeries een zwaardere rol te geven in het denken over de toekomst van Nederland. Minder boekhouden en meer visie op de rol van maakindustrie, handel en logistiek als motor voor onze economie! Want vergeet niet: in Nederland verdienen we op dit moment 30% van ons nationaal inkomen met internationale handel en logistiek speelt daarbij een onmisbare faciliterende schakel.

De Logistieke Alliantie heeft daarom vorig jaar een heldere visie gedefinieerd op het duurzame logistieke systeem van de toekomst waar naast goed onderhoud van de bestaande infrastructuur vergaande digitalisering van het logistieke proces centraal staat. De Nederlandse logistiek pakt daarmee zelf de handschoen op. We vragen duidelijke wet- en regelgeving die niet belemmert maar juist een impuls geeft. Regelgeving die voor een langere periode rust en ondernemersperspectief biedt. Dus géén belastingmaatregelen die aantoonbaar nergens toe leiden.

Voor de luchtvracht houdt dat in dat er voldoende ruimte voor vrachtvliegtuigen op Schiphol moet zijn via een vrachtpool. Op dit moment zijn er door de coronacrisis en het instorten van de passagiersmarkt voldoende slots te verdelen op de luchthaven voor de vrachtsector. Er komt echter weer een tijd dat we weer tegen capaciteitsgrenzen aanlopen als wij geen gericht luchtvaart-en vrachtbeleid gaan voeren. Daar schort het nog steeds aan.