Afgelopen zomer heb ik voor een trip naar Berlijn twee keer een stuk van de TEN-T corridor tussen Rotterdam en de Baltische staten gereden. Deze TEN-T corridors zijn de belangrijke transportassen door Europa, verbindingen vormend tussen de economische topregio’s binnen de EU. Beleidsmakers mikken op deze routes op een vlotte en veilige doorstroming van goederenstromen, zowel over de weg als via het spoor, maar de werkelijkheid blijkt anders te zijn. Mijn heenreis was op een zondag, een dag met een rijverbod voor het vrachtverkeer in verband met de zomerperiode. Een heerlijk ontspannen reis zonder noemenswaardige vertragingen. De terugreis op een doordeweekse dag was heel anders. Vooral op het traject op de A2 tussen Berlijn en Hannover leek het soms meer op een truckparking dan op een snelweg. Vooral bij de beruchte ‘baustellen’, met een inhaalverbod voor vrachtauto’s, stonden op de rechter rijstrook regelmatig kilometerslange truckfiles. Heel vervelend voor de chauffeurs die hier ongetwijfeld vele uren hebben doorgebracht, maar ook gevaarlijk voor het achteropkomend verkeer. En de gevolgen voor just-in-time leveringen zijn mogelijk groot.

In de onafzienbare rij stonden nauwelijks trucks met containers, maar vooral trailers die voor continentale goederenstromen worden ingezet. Over het algemeen een moeilijke doelgroep voor modal shift. In de tientallen gesprekken met verladers die ik de afgelopen jaren heb gevoerd over een verplaatsing van deze continentale stromen, zijn tal van overwegingen naar voren gekomen om vooral vast te houden aan het vervoer over de weg. Deze zijn simpelweg samen te vatten in de kreet: de kwaliteit van het wegvervoer is domweg beter en de alternatieven zoals spoorvervoer zijn te traag, te onbetrouwbaar en onderaan de streep te duur.

In mijn ogen is een aanzienlijke versnelling van de verhuizing van continentaal vervoer van de weg naar spoor, binnenvaart en shortsea nodig om de doorstroming op de TEN-T corridors op gang te houden en een werkelijke reductie in de uitstoot van broeikasgassen in het Europese goederenvervoer te bereiken. De doelstellingen zijn ambitieus, de Europese Green Deal heeft als doel om de CO2-uitstoot tot 2050 met 90% te verminderen, maar de aanpak is nog onvoldoende uitgewerkt. Vooral in het continentale vervoer zal deze transitie niet uit zichzelf gebeuren, gezien de overwegingen van verladers om voor het wegvervoer te kiezen.

De Nederlandse logistieke sector laat met het uitvoeringsprogramma multimodale transportcorridors en knooppunten zien, dat er met een gerichte aanpak wel degelijk grote successen te boeken zijn. Vooral het ‘Lean & Green Off-Road’-programma is effectief om ook kleinere vervoerstromen naar het spoor te krijgen. Tijdens de virtuele off-road rally werden deze successen onlangs nog een keer belicht. Opschaling van de off-road aanpak naar de grote Europese transportcorridors lijkt dan ook slecht een kwestie van tijd, en hard nodig om de mobiliteitsdoelstellingen in de EU te behalen. En als prettige bijkomstigheid zorgt het er hopelijk voor dat ik ook na de coronaperiode weer makkelijk en snel met de auto naar Berlijn kan reizen.