De belangrijkste is de afschaffing van de ‘domestic sale’. Bij meerdere transacties in een supply chain mocht een importeur vóór de invoering van het DWU (Douane Wetboek van de Unie) altijd zijn aankoopprijs gebruiken als douanewaarde en soms zelfs een transactie die daar nog voor lag. Nu geldt de laatste transactie als uitgangspunt voor de douanewaarde, met als risico dat de doorverkoopprijzen in die waarde worden betrokken.

De oplossing daarvoor was de ‘domestic sale’, waarmee werd voorkomen dat transacties tussen EU-partijen als douanewaarde konden worden gebruikt. Maar die ‘domestic sale’ komt binnenkort te vervallen en niemand weet wat daarvoor terugkomt. Dus als een importeur te maken heeft met meerdere doorverkopen na de invoer, dan is de kans groot dat dit zal leiden tot een stevige verhoging van de douanewaarde. Een ander punt van aandacht is de relatie tussen ‘transfer pricing’ en douanewaarde. Veel importeurs gebruiken de transfer price als basis voor de douanewaarde. Maar de vraag is of dat wel kan. Met het arrest Hamamatsu zijn daar behoorlijk wat twijfels over ontstaan. Zeker wanneer sprake is van zogenoemde ‘year-end adjustments’. Inmiddels zijn deze punten een vast onderdeel geworden van elke douanewaarde-audit.

Het laatste en meest complexe punt is de behandeling van royalty’s, design en know-how. Hierover zijn behoorlijk wat uitspraken van het Hof van Justitie verschenen, die de gemoederen goed bezig houden (GE Healthcare, Curtis Balkan, etc.). Dat royalty’s in de douanewaarde kunnen vallen, is niet nieuw, maar de waarschijnlijkheid dat sprake is van belastbaarheid is behoorlijk toegenomen sinds de komst van het DWU. De zaak Curtis Balkan heeft dat nog eens op scherp gezet door de verhouding tussen royalty’s en assists nog eens te benadrukken.

Voor de volledigheid: geen van deze punten is nieuw, maar door de behoorlijke toename van het aantal uitspraken is er wel een voedingsbodem voor nieuwe discussies. Importeurs hebben daarbij de complexiteit te lang onderschat. Ik zie bedrijven bijvoorbeeld moeite hebben om inzage te krijgen in ‘transfer pricing’-documenten die bij het hoofdkantoor liggen. Het opvragen van contracten over intellectueel eigendom duurt vaak maanden. En dan blijkt dat royalty’s vaak worden berekend over verkoopresultaten, terwijl die nog lang niet beschikbaar zijn op het moment van invoer. En zelfs als die informatie beschikbaar is, zijn de douane-agenten die hierover worden geïnformeerd door hun opdrachtgevers op één hand te tellen. Veel importeurs schrikken als er een brief op de mat valt met als onderwerp ‘douanewaarde’.

Mijn advies is eenvoudig. Begin op tijd. Voor het opvragen van documenten, het in kaart brengen van de keten en het doorlopen van eventuele aanpassingen heb je geen adviseur nodig. Als je op tijd begint, kun je al correcties maken waar nodig. Als je ermee wacht tot de douane komt kijken, dan … tja, dan hoop ik dat ook jij een voorliefde hebt voor cijfers en complexe geldstromen.