De wens om op Europees niveau de arbeidsomstandigheden van de chauffeurs te verbeteren en oneerlijke concurrentie te bestrijden, begrijp ik heel goed. Toch vraag ik mij af of de nieuwe regels praktisch haalbaar zijn en passen in een EU dat streeft naar een vrij verkeer van goederen, diensten en personen.

In deze en mijn volgende columns zal ik een aantal maatregelen uit het pakket nader bekijken. Ik begin met het onderwerp dat ik aan het begin van dit jaar al besprak: de 45 uur rust in de cabine. Reden destijds was een aantal boetezaken vanwege ‘cabine kamperen’ die ons kantoor in behandeling had.

Punt van discussie was de interpretatie van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie over dit onderwerp. Of deze, kort gezegd, nog ruimte bood om gedurende korte periodes in het voertuig te zijn. Het Mobility Package lijkt aan deze discussie een eind te hebben gemaakt. Vanaf september 2020 mogen normale wekelijkse rusttijden niet meer in een voertuig worden genomen. Zij moeten worden genomen in een passend gendervriendelijk verblijf met geschikte slaapfaciliteiten en sanitaire voorzieningen. Eventuele kosten voor het verblijf buiten het voertuig worden door de werkgever gedekt.

Toch biedt die wettekst nog veel ruimte voor interpretatie. Wat er precies moet worden verstaan onder een ‘passend gendervriendelijk verblijf met geschikte slaapfaciliteiten en sanitaire voorzieningen’ wordt niet nader omschreven. Enkel dat het moet gaan om een ‘kwalitatief hoogwaardig verblijf’. Een gemis, want de ene hotelkamer is de andere niet. Sterker nog, een slaapzaal met diverse andere collega’s zou, naar de letter van de wet, nog steeds een optie kunnen zijn. Misschien dat Brussel op enig moment met aanvullende eisen komt. Net zoals ze dat nu al hebben gedaan voor de eisen waaraan parkeerterreinen moeten voldoen als daar de verkorte rust wordt genoten. Deze dienen uiterlijk in september 2022 te voldoen aan een certificeringssysteem en worden als zodanig gepubliceerd op een website. Dat een dergelijk systeem niet voor de  ‘kwalitatief hoogwaardige verblijven’ wordt ingesteld, is naar mijn idee een gemiste kans van de beleidsmakers.

Ruimte voor discussie is er ook nog steeds over de vraag als slechts een beperkt deel van die normale wekelijkse rust in het voertuig wordt genomen. Wekelijkse rust is immers nog steeds een periode waarin een chauffeur vrijelijk over zijn tijd kan beschikken. Wat dat betreft geldt nog steeds dat als een chauffeur zijn rust doorbrengt in een passend gendervriendelijk verblijf met geschikte slaapfaciliteiten en sanitaire voorzieningen waar hij vrij over zijn tijd kan beschikken, het nog maar de vraag is of je kunt spreken van een overtreding als die chauffeur er in die periode van 45 uur voor kiest om beperkte periodes in zijn voertuig te zijn. Stel hij wil zijn persoonlijke spullen pakken, even Netflixen, muziek luisteren of wellicht een dutje doen. Mag hij dan echt voor 45 uur geen stap meer in zijn voertuig zetten en wordt daarmee zijn domein in het weekend een ‘no go area’? Om nog maar te zwijgen over het betreden van het voertuig om veiligheidsredenen of omdat de chauffeur wordt gevraagd een aantal papieren uit zijn cabine te halen.

Dat men chauffeurs hun rusttijd in passende omstandigheden wil laten doorbrengen, begrijp ik volkomen. Echter, met de wettekst zoals die er nu ligt, meen ik dat er nog te veel ruis bestaat over de invulling.