Toen de klachten niet minder werden, heb ik een afspraak gemaakt om me te laten testen op corona. Daarop volgden een paar dagen van onzekerheid tot de uitslag binnen kwam. De uitslag bleek gelukkig negatief, goed nieuws dacht ik. Tot ik de folder las die ik bij de test had gekregen. Ik had inderdaad geen corona, maar daarmee was het goede nieuws meteen op. Het was garantie tot de voordeur. Tot het moment dat er een vaccin bestaat, kan het de dag na een test alweer helemaal anders zijn. Het gevoel van zekerheid van de opbeurende uitslag maakte al snel plaats voor nieuwe onzekerheid.

Datzelfde dubbele gevoel had ik vorige week toen in de uitspraak van de Hoge Raad doorlas in een zaak waar ik al bijna tien jaar bij betrokken ben. Normaliter schrijf ik niet over mijn eigen zaken, dat genoegen is aan andere columnisten en vaktechnici. Maar in dit geval wil ik daar toch een kleine uitzondering op maken. Hoewel we de procedure zowel bij het Hof van Justitie (C-160/18) als bij de Hoge Raad hebben gewonnen, houd ik er toch gemengde gevoelens aan over.

Het is een technisch ingewikkelde zaak over de invoer van kippenvlees, waarbij de wetgeving behoorlijk onduidelijk is. Dat hier een discussie over is ontstaan, is op zich niet gek. Voor de inhoudelijke discussie verwijs ik voor nu even naar het arrest van de Hoge Raad en het Hof van Justitie. Het gaat mij nu over de onduidelijkheid op gebied van Europese wetgeving. In dergelijke situaties is het uiteindelijk aan het Hof van Justitie om daar een oordeel over te vellen en via concrete aanwijzingen de nationale rechter in staat te stellen om een beslissing te nemen.

In deze zaak is dat ook gebeurd en was het aan de Hoge Raad om de aanwijzingen van het Hof van Justitie toe te passen. Dat heeft de Hoge Raad gedaan, maar in plaats van een finaal oordeel te vellen, heeft de Hoge Raad het beroep gegrond verklaard en vervolgens terugverwezen naar het Gerechtshof voor een volledig heronderzoek. Dus hoewel het beroep gegrond is verklaard, betekent dat allerminst het einde van deze procedure.

Na ongeveer tien jaar procederen, is het gevoel van onzekerheid bij de importeur natuurlijk behoorlijk groot. Met een terugverwijzing naar het Gerechtshof voor een volledig heronderzoek, bestaat de kans dat we nog jaren onderweg zijn voordat we een eindoordeel krijgen. En dat komt de rechtszekerheid niet ten goede. Al ruim tien jaar worstelt deze importeur met de toepassing van de wetgeving. Hij had gehoopt op een positieve uitslag. De uitkomst is dat we opnieuw naar het Gerechtshof moeten. Helaas staat deze zaak niet op zichzelf. Vaak zien we dat importeurs meer dan tien jaar bezig zijn om duidelijkheid te krijgen over de juiste toepassing van de wet, met alle onzekerheid van dien.

Dit is overigens geen klacht over ons rechtssysteem of over de douane. Ik denk dat we in Nederland onszelf gelukkig mogen prijzen met de professionaliteit van de douane en de rechterlijke macht. Na vorige week kan ik uit ervaring zeggen dat hetzelfde geldt voor ons zorgpersoneel en het RIVM. Maar hoe goed we het ook hebben ingericht, dat geeft niet altijd zekerheid. Dus zelfs na twee keer goed nieuws kort na elkaar, volgt toch weer een behoorlijke periode van onzekerheid. Ik weet dat het erbij hoort, maar het voelt toch wat wrang.